DE ONGEAUTORISEERDE BIOGRAFIE
Frits Bolkestein, een geslaagde onderneming
TON F. VAN DIJK; MARC JOSTEN; STEVEN DE VOGEL
Welke geheimen liggen er verborgen in leven en werken van VVD-leider Frits Bolkestein? Samen met Ton van Dijk en Steven de Vogel, redacteuren van het KRO-televisieprogramma Reporter, onderzocht VN-verslaggever Marc Josten de carrièreplanning van de man die als jongen van twaalf al wist dat hij de politiek in wilde - maar eerst veel geld verdienen. Die de dienstplicht ontliep, maar minister van defensie werd. Die als student vaak te gast was in het Oostblok en later oud-CPN'ers opriep tot zelfkastijding. Die zichzelf ziet als denker, maar graag populistisch uitpakt. Die openbare ambten ambieert, maar door een vriend 'aso' wordt genoemd. Die zich sterk maakt voor ondernemers, maar niet uitblonk als werknemer van de Shell. Die zijn opinies net als andere politici vaak door anderen laat schrijven, en dan ondertekent met mr. drs. F. Bolkestein. Die zich voordoet als een amateuristische outsider, maar al zijn concurrenten in de VVD vakkundig als een Japanse samoerai uitschakelde. Die een kabinet waarin hij minister was in de steek liet, en een kabinet dat hij tot stand bracht vanuit de kamer bestrijdt. De vele gezichten, kortom, van - wie weet - de toekomstige premier van Nederland. Met medewerking van Marjolein La Fors en Klaartje Quirijns. De citaten aan het begin van de hoofdstukken zijn ontleend aan: Vrij Nederland, Trouw, NRC Handelsblad, de Gooi en Eemlander, Quote en aan Bolkesteins boek 'Het heft in handen'. De meeste uitspraken zijn on the record voor de camera gedaan. Waar dat niet het geval is, is aan betrokkenen uitdrukkelijk toestemming gevraagd om deze uitspraak te gebruiken. De citaten van Hugo Scheltema, Gerrit Wagner en Ed van Thijn zijn parafrasen die telkens door minimaal twee bronnen bevestigd worden. I. De mythe Mei 1994. De VVD haalt de op een na grootste verkiezingsoverwinning uit de geschiedenis van de partij. Een zege die de liberalen terugbrengt in het centrum van de macht. Het is allemaal te danken aan één man: Frits Bolkestein.
Een mythe ontstaat.
Over de man die in de jaren zeventig een veelbelovende loopbaan bij multinational Shell opgeeft voor een onzeker bestaan in de Haagse politiek.
Over zijn onuitputtelijke intellect.
Over zijn onomstreden leiderschap.
Over het lonkende premierschap.
Over zijn leven - het leven van 'een Amsterdamse koopman' in de politiek.
Tijd voor een contra-expertise.
II. De Bolkesteins
Ik ben een Amsterdamse koopman en ik spreek als een Amsterdamse koopman (Frits Bolkestein, mei 1990)
Frits Bolkestein is geen patriciër. Tenminste, niet door geboorte of via vererving. De stiel van Klaas Bolkestein, overgrootvader van vaders zijde was wel eerzaam, maar geen onderdeel van het glorierijke Amsterdamse koopmansverleden.
Melkboer was hij, of zoals de Bolkesteins het later in de archieven laten optekenen: 'melkslijter'. Achterkleinzoon Frits weet dat. Uit een dagboek van de melkboer, in een bijna onleesbaar handschrift. Een van Bolkesteins politieke assistenten mocht het tien jaar geleden ontcijferen.
Na Klaas ging het steil omhoog met het geslacht Bolkestein.
Grootvader Gerrit Bolkestein was leraar Frans, Duits, Engels en gymnastiek en lid van de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), een libertaire partij die na de Tweede Wereldoorlog opging in de PvdA.
Hij was 67 en al met pensioen toen hij in 1939 plotseling tot minister van Onderwijs werd benoemd. Hij werd een strijdbaar bewindsman.
Als lid van het oorlogskabinet in Londen hield hij een rede (28-3-1944) voor Radio Oranje die uiteindelijk het verzameld werk van dr. L. de Jong zou halen. Hij riep Nederlanders op hun oorlogservaringen op te schrijven, opdat de wandaden van de bezetter nooit uitgewist zouden kunnen worden. Een van zijn luisteraars was Anne Frank (De dagboeken, Den Haag 1986, p.71).
Ook de moeder van Frits Bolkestein kwam niet uit een typisch koopmansgeslacht. Haar vader was een berooide jongeman die uiteindelijk tot bankdirecteur in Batavia wist op te klimmen. De sociale sprong van de families vond plaats rond de eeuwwisseling. De vader van Frits Bolkestein, Nico, was advocaat en later president van het Amsterdamse gerechtshof. Zijn moeder huisvrouw.
Frits Bolkestein werd geboren op 4 april 1933 in de Johannes Verhulststraat in Amsterdam. Hij was de jongste van drie zonen.
Warm was het gezin niet. Vader trok zich terug in zijn bibliotheek, ontweek de dagelijkse sores van vrouw en kinderen. Moeder was ambitieus en had brede interesses. Dat had ze gemeen met haar jongste zoon. Frits werd haar lievelingszoon.
In de Tweede Wereldoorlog kwamen de opvoedende taken wel heel eenzijdig bij haar te liggen. De Duitsers hadden haar man opgepakt en in het kamp Sint Michielsgestel geïnterneerd. Een vorm van vergelding voor de rol die grootvader Bolkestein in het Londense oorlogskabinet speelde.
Grootvader Gerrit was Frits Bolkesteins held, zijn voorbeeld. Hij had grandeur. Frits Bolkestein zou in zijn latere leven geroerd worden door grootheid. Door Churchill, De Gaulle, Thatcher en Mitterrand. En op Nederlandse schaal: Annelien Kappeyne van de Coppello, de libertaire voorvrouw van de VVD in de jaren zeventig. Op haar begrafenis zagen omstanders Bolkestein huilen. Dat viel nogal op.
Twaalf is Bolkestein als de oorlog afgelopen is. Vlak na de oorlog gaat hij - eerste klas gymnasium - samen met zijn vriendje Thijs Ornstein kamperen. Ze slapen in een geleende tent bij de paters van een zwakzinnigeninrichting in Heiloo. Ze praten over hun toekomst. Over wat ze later willen worden.
'Frits zei daar tegen mij dat hij de politiek in wilde,' zegt Thijs Ornstein. 'Net als zijn grootvader.'
III. De Barlaeusjaren (1946-1951)
Nadien heb ik niets fundamenteels bijgeleerd (Frits Bolkestein, maart 1994)
Thijs Ornstein, Erik van Bruggen en Frits Bolkestein zitten op het in die tijd nog als goed en deftig bekendstaande Barlaeus-gymnasium in Amsterdam. Bolkestein is een uitmuntende scholier, haalt negens en tienen en zal uiteindelijk een alfa- en een bèta-diploma halen. In sociaal opzicht gaat het ook goed. Niet in de laatste plaats door toedoen van zijn alomaanwezige moeder.
Thijs Ornstein: 'Je had op het Barlaeus kinderen van diverse pluimage, maar alleen de pauwtjes bestemde ze als vrienden voor Frits. Dat waren vooral kinderen uit hoogleraren- en lerarenmilieus.'
Mevrouw Bolkestein organiseert voor de jeunesse dorée gezellige avondjes rondom het Derrick-achtige seriehoorspel van Paul Vlaanderen. Wie vóór het eind de dader raadt, krijgt een reep chocolade. Een vorstelijke beloning in een tijd dat gewone Nederlanders voedsel nog op de bon krijgen. Hoogleraarszoon Thijs Ornstein is vast van de partij. Mevrouw Bolkestein noemt de jongens consequent Thijsje en Fritsje. Ornstein en Bolkestein zijn nog steeds boezemvrienden. En ze spreken elkaar nog steeds aan met Thijsje en Fritsje.
Bolkestein maakt meer vrienden. Gabbe Scheltema, die later advocaat wordt in Amsterdam. Hans van den Bergh, die later hoogleraar zal worden. Els Eilers, tegenwoordig beter bekend onder de naam Els Borst, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 'zijn' paarse kabinet. Maar hij ontmoet op het Barlaeus ook Femke Boersma, inmiddels ex-actrice, toen een knap meisje uit een links Amsterdams milieu. Ze gaan met elkaar.
Vlak na het eindexamen komt een slot aan het kalversprookje. Plotseling. Frits Bolkestein verdwijnt met de noorderzon. Of, om exacter te zijn: met de Veendam. Dat is het schip waar Bolkestein bij nacht en ontij mee naar Amerika vertrekt.
Thijsje weet van niets.
Erik weet van niets.
En, tenslotte: Femke weet van niets.
Een van de weinigen die voorkennis draagt van de verdwijning is Nico Bolkestein. Die heeft zijn zoon laten weten dat er een studiebeurs in Amerika op hem wacht. Niet aan een vermaard wetenschappelijk instituut zoals Harvard, Stanford of Yale, maar aan een plattelandsuniversiteit: the Oregon State University in de provincieplaats Corvallis. Het is eigenlijk meer een landbouwhogeschool dan een universiteit, maar Bolkestein kan er studeren wat hij wil studeren: wis- en natuurkunde.
IV. Studententijd (1951-1960)
Het komt er in de politiek niet op aan hoe knap iemand is, of hij achten en negens haalde op school (Frits Bolkestein, 1994)
Twee jaar blijft hij er. Hij wordt lid van een internationale studentenvereniging met de grandioos klinkende naam The Cosmopolitan Club . Het eerste jaar zal hij zijn spreekvaardigheid op niveau brengen. Het tweede jaar wordt het wis- en natuurkunde. Hij haalt goede cijfers (staat in the student record office van The Oregon State University) , maar na dat tweede jaar keert hij terug. Zijn visum wordt niet verlengd.
Zijn Engels is erop vooruitgegaan. Verder heeft zijn Amerikaanse periode weinig opgeleverd. Zeggen vrienden als Thijs Ornstein.
Terug in Amsterdam (1953) meldt hij zich bij de Gemeente Universiteit. Hij studeert wis- en natuurkunde. Tot 1955. Dan wordt het filosofie met als bijvakken natuurkunde en Grieks. Het past in het klassieke ideaal dat zijn ouders hem hebben bijgebracht: het leven als studium generale, studium generale als leven. Het past ook bij de al ruim ontluikende ambitie van Frits Bolkestein: de wil om zich te onderscheiden van anderen. In breedheid. In grootheid.
In die tijd wordt Frits Bolkestein lid van het Amsterdamse studentencorps. Eerst wil hij lid worden van een 'stoer' dispuut. Maar als een student die Adriaan wordt genoemd, hem bij de ontgroening een hersenschudding slaat, kiest hij voor een rustiger, intellectueler gezelschap: Homerus. 'Het mietjesdispuut', zeggen de rauwdouwers binnen het corps. Intellectuelen dus.
Thijs Ornstein zit er ook in. Die moet hem ontgroenen. Volgens vast ritueel wordt Bolkestein kaal geschoren. Net als een sekte geven sommige disputen van het Amsterdams studentencorps hun leden nieuwe namen. Frits Bolkestein gaat 'Olivier' heten. Naar de roman Adriaan en Olivier van Leonhard Huizinga, waarin Adriaan Olivier een hersenschudding slaat.
Frits Bolkestein ontwikkelt zich niet tot lal- en zuip'bal'. Daarvoor is hij te serieus, te ernstig. Zijn voorkeur gaat uit naar een goed gesprek, in een kleine overzichtelijke kring. En naar het bestuurlijke werk, waarbij hij een aardige intrige niet schuwt.
Dat laatste speelt in de tijd dat zijn vriend Thijs Ornstein bij Homerus de lakens uitdeelt. Hij wil de macht van zijn dispuut in het bestuur van het corps (de senaat) vergroten. Er is dan net een vacature voor abactis (secretaris) ontstaan, maar de senaat heeft bij coöptatie al in een eigen kandidaat voorzien. Daar voelt Ornstein weinig voor. Hij wil een Homeriaan. Die moet als tegenkandidaat gelanceerd worden. En daarvoor is niet zomaar een Homeriaan nodig, maar een zware.
Frits Bolkestein.
En Bolkestein stemt toe.
'Het werd als een absolute coup gezien,' zegt Thijs Ornstein. 'Ik heb Fritsje toen gevraagd: ik wil je tegenkandidaat stellen voor een functie in de senaat. Wil je dat? Toen zei hij: "Ja, graag. Maar dan moet jij het organiseren Thijsje."'
Zo gezegd zo gedaan.
'Het kostte me veel tijd,' zegt Ornstein. 'Nachtenlang ronddarren op sociëteiten. Mensen overreden op Frits te stemmen en niet op de officiële kandidaat. Frits zelf bleef in de luwte. Het politieke spel liet hij aan mij over.'
De coup slaagt. De officiële kandidaat trekt zich terug. Frits Bolkestein wordt in de senaat gekozen.
De euforie is van korte duur. Frits Bolkestein is nog maar net in de senaat gekozen, of hij trekt zich terug.
Hij heeft een beter aanbod gekregen. Van Erik Jurgens, de voorzitter van de Algemene Studenten Vereniging Amsterdam (Asva), een belangenorganisatie waarin ook niet-corpsleden zitten. Hij vraagt Bolkestein of hij hem wil opvolgen. Alleen: de functie is onverenigbaar met die van het lidmaatschap van de corpssenaat.
Jurgens heeft een dubbele agenda. Het is hem niet alleen om Bolkestein te doen. De officieel voorgedragen kandidaat die plaats moest maken voor Bolkestein is een 'vrindje' van de fungerende Asva-praeses. Jurgens speculeert op de ambitie van Bolkestein. Van de Asva kan hij praeses worden, in de corpssenaat niet meer dan abactis. Als Bolkestein toehapt, dan kan Jurgens' vriend alsnog abactis worden.
Jurgens' opzet slaagt. Bolkestein kiest voor de Asva. Een jaar lang, van 1956 tot eind 1957, is hij voorzitter.
Thijs Ornstein staat in zijn hemd. Veertig jaar later, in zijn elegante Utrechtse villa, zegt hij: 'Frits vond de Asva belangwekkender en interessanter dan de senaat van het corps. Achteraf gezien denk ik dat hij gelijk heeft gehad. De Asva-periode heeft enorme invloed op zijn denken gehad. Hij bracht bezoeken aan Oost-Europa en keerde volledig genezen van de dictatuur terug.'
De positie bij de Asva is ook politieker van karakter dan de functie die hij bij het corps zou hebben gekregen. Ook dat is een motief.
Wel wordt Frits Bolkestein korte tijd praeses van zijn dispuut. Het gedenkboek ter ere van het tiende lustrum van Homerus wijdt twee regels aan Bolkestein. Er staat: 'Het lustrum van 1956 dat onder leiding van praeses Bolkestein in oude stijl gevierd wordt, veroorzaakt omvangrijke schulden, onder andere bij de NIA-commissie (de corpssociëteit - red.). De schulden maken alle geldkostende activiteiten onmogelijk en trekken zo het dispuut verder de afgrond in.'
Eenmaal Asva-voorzitter wil Frits Bolkestein dolgraag naar de congressen van de internationale jongerenbeweging IUS (International Union of Students). Maar dat is een bekende communistische mantelorganisatie, en het is diep in de koude oorlog. Dus is de Nederlandse Studentenraad (NSR), de overkoepelende organisatie van studentenverengingen, hartstikke tegen.
Als de NSR erachter komt dat Bolkestein een reis naar Praag wil maken, stuurt die organisatie een woedende brief (24-7-1956) naar de Asva: 'Houdt u voor ogen dat het Nederlandse standpunt ten aanzien van het communisme niet om persoonlijke of opportunistische redenen in gevaar gebracht dient te worden.'
Bolkestein gaat toch. Dat heeft Erik Jurgens, die nog heel even Asva-praeses is dan al aan de IUS gemeld middels een brief (16-7-1956).
Saillant is ook de passage waarin hij aan Jiri Pelikan, voorzitter van de communistische mantelorganisatie, vraagt om Bolkesteins reis te betalen: '(..) the only difficulty to surmount, is of purely financial character: you were kind enough to suggest that if this were the only obstacle, you would be happy to be of help in overcoming it.' Vrij vertaald: zou u uw belofte om ons financieel te steunen, willen nakomen?
Over het Praagse congres zal Bolkestein later veel vertellen. Onder andere in het programma Zomergasten van de VPRO in 1995 en in de Groene Amsterdammer (6-9-1995).
Voor beide media herhaalt hij: 'Ik was gewaarschuwd dat niet te doen omdat ik het toch nooit tegen de communisten zou kunnen opnemen. Ik ben toch gegaan, met als argument dat het belangrijk is de argumenten van je tegenstanders te kennen. Dat congres vond plaats in een enorme hal, waarin rij na rij de vertegenwoordigers van de communistische studentenorganisaties. Waarnemers zaten achterin. Wat vooral opviel was het automatische applaus dat op elke toespraak volgde. Nadat ik had moeten aanhoren, op de tweede dag, hoeveel scholen er in Buiten-Mongolië waren gebouwd, besloot ik mijn naam op de sprekerslijst te zetten. Ik was de eerste niet-communist die het woord kreeg. Ik was toen drieëntwintig jaar. Mijn toespraak had weinig om handen, op één punt na. Nederland kreeg daar veel kritiek omdat het Nieuw-Guinea niet wilde opgeven. Ik erkende dat, maar zei dat de daar aanwezigen niet moesten vergeten dat Polen door de Sovjetunie werd gekoloniseerd. Toen ik van dat hoge spreekgestoelte afdaalde en over het lange middenpad naar achteren liep, heerste er een doodse stilte.'
Dat klinkt alsof Frits Bolkestein het rijk van het kwaad eerder dan wie ook betrapt en terechtgewezen heeft. Was Bolkestein zo vroeg wijs?
Ter verantwoording van zijn bezoek aan Praag schrijft de drieëntwintigjarige Frits Bolkestein eigenhandig een rapport (januari 1957). Het is zorgvuldig bewaard gebleven in de archieven van de Asva. Zijn eigen rede geeft hij in dat stuk op gedetailleerde wijze weer. Drie punten roert hij ten overstaan van de congresgangers aan.
Kort samengevat, luiden ze als volgt. Een: de IUS is te centralistisch georganiseerd. Twee: een studentenorganisatie hoort zich met studentenproblematiek bezig te houden. En drie (citaat): 'Een puur politieke discussie belemmert de samenwerking tussen studentenorganisaties in praktische zin.'
Is deze Bolkestein uit 1956 wel dezelfde Bolkestein als die uit Zomergasten in 1995? Zou de apolitieke figuur uit 1956 met de bravoure van de politicus uit 1995 naar het spreekgestoelte zijn gelopen om een superpolitiek onderwerp - het kolonialisme van de Sovjetunie - aan de kaak te stellen?
Vaststaat dat de Bolkestein uit 1956 in zijn gedetailleerde verslag geen woord wijdt aan zijn 'interventie'.
Over zijn ware houding ten opzichte van de IUS zegt Peter van Walsum, ambassadeur in Duitsland en vriend van Bolkestein sinds een 'foetenontmoeting' van het corps: 'Frits was reuze links. Ik was rechts en zat in een anticommunistische tegenorganisatie, de Cosec. Frits liet zich op sleeptouw nemen door de IUS. Hij vond dat prachtig. Iedere keer ging hij weer naar het Oostblok. Naar Praag en naar Warschau. Dan kwam hij weer terug met een of ander Pools vriendinnetje. Ik zei: 'Pas op, het zijn allemaal communisten. Frits zei dan: "Weet ik toch. Maar jullie zijn onbenullen met jullie westerse tegenorganisatie." Hij vond flirten met de IUS wel spannend. Hij deed het voor het avontuur.'
In 1994 zal Frits Bolkestein de toenmalige IUS-voorzitter Jiri Pelikan in Amsterdam uitnodigen. De VVD'er wil hem interviewen voor een van zijn vele verzamelbundels (en in het kader van een dierbare hobby: het ter verantwoording roepen van uitgerangeerde ex-communisten).
Vanuit zijn woonplaats Rome zegt Pelikan: 'Ik kan mij niet herinneren dat Frits Bolkestein in 1956 het kolonialisme van de Sovjetunie ter sprake bracht. Om eerlijk te zijn: ik kan mij uit die tijd niets van Frits Bolkestein herinneren.'
In 1959 gaat Frits Bolkestein naar zijn tweede IUS-congres, nu in Wenen. Hugo Brandt Corstius is er ook. Hij schreef als Piet Grijs inVrij Nederland van 8 juli 1995: 'Wel herinner ik mij hem van de terugkomst in het Amsterdamse Bellevue. Van de honderdzestig Nederlandse deelnemers waren er zestien anticommunistische studenten, vooral van de Vrije Universiteit. De CPN was trots op deze groep studenten, en een van ons moest in Bellevue een praatje houden. We waren het eens wat daar gezegd moest worden, maar niet wie het moest doen. Bolkestein drukte zich. Ik ben toen met knikkende knieën de middengang van Bellevue doorgelopen om de zaal vol gestaalde kaders toe te spreken. Ik weet niet meer wat ik zei, maar ik weet wel waarmee ik de zaal het diepst griefde. Ik zei dat het een communistisch jeugdfestival was geweest, en het rare was dat de communisten dat niet wilden horen (...). Een paar dagen later kwam ik Frits Bolkestein tegen in het urinoir van de bioscoop Kriterion (...). Onder het pissen zei Frits: 'Dat heb je heel flink gedaan in Bellevue.'
Daar zien ze elkaar niet voor het eerst. Ze studeren in dezelfde periode wiskunde aan dezelfde universiteit. Ze zitten in dezelfde tijd in het corps.
En ze komen elkaar tegen op de redactie van het studentenblad Propria Cures (PC). In 1957 is er een vacature.
Frits Bolkestein wil wel.
De wijze waarop het literaire coterietje uit die tijd Bolkestein ontdekt, is bijzonder. Er is een lezing van een aantal vijftigers in een dependance van Galerie d'Eendt in de Amsterdamse Spuistraat. Frits Bolkestein is er ook. De Asva-voorzitter lanceert de stelling dat de vijftigerspoëzie grote flauwekul is. Simon Vinkenoog reageert nijdig, maar Bolkestein laat zich de mond niet snoeren. Ter adstructie van zijn betoog leest hij een gedicht van Gerrit Kouwenaar voor.
Als Bolkestein uitgedeclameerd is, roept Vinkenoog volgens overlevering: 'Nou, dat is toch een uitstekend gedicht, er komt geen stoplap in voor?' Waarop Bolkestein triomfantelijk zegt: 'Maar ik heb van elke regel de helft voorgelezen.'
De zaal barst in lachen uit en PC-redactrice Renate Rubinstein roept: 'Jij moet maar eens in Propria Cures schrijven.'
Op 2 maart 1957 treedt Frits Bolkestein toe tot de redactie van Propria Cures, op 11 mei volgt Hugo Brandt Corstius.
In juni van hetzelfde jaar houdt de medewerking van Bolkestein abrupt op. Onder het pseudoniem L. van Kokanje heeft hij stukken geschreven over studentenhuisvesting, de filmkeuring en de vijftigers. Ze vallen niet op door scherpte of inspiratie.
De redacteuren Aad Nuis (later staatssecretaris van Onderwijs in het paarse kabinet) en Joop Goudsblom (de latere hoogleraar sociologie) zeggen Bolkestein op zijn Asva-kantoor het ontslag aan. Over de reden zegt Frits Bolkestein zelf (NRC 1994): 'Omdat ik nog geen mening had. Iedereen had naar mijn gevoel een beetje gelijk en je moet nu eenmaal een mening hebben om te kunnen schrijven.'
De enige andere redacteur van Propria Cures die ooit op verzoek van de redactie is opgestapt, was van ander kaliber: J. Slauerhoff.
Aan het eind van zijn studententijd heeft Frits Bolkestein al meer bestuursbaantjes vervuld dan de gemiddelde Nederlander in een heel leven. Op voorspraak van zijn vriend Gabbe Scheltema wordt hij president van de NBBS, in die tijd nog een reisorganisatie in opbouw. Bolkestein onderscheidt zich door een ferme managementstijl. Onder zijn leiding ontwikkelt de NBBS zich snel. Zijn zelfvertrouwen groeit. Aan Thijs Ornstein vertrouwt hij zijn loopbaanplanning op langere termijn toe. 'Hij zei: "Later word ik burgemeester van Amsterdam," aldus Ornstein. 'Natuurlijk wordt hij burgemeester van Amsterdam, dacht ik, nogal wiedes. Frits is echt iemand.'
Peter van Walsum: 'Frits wildede in die tijd een politieke loopbaan in de PvdA. De functie die hij ambieerde was die van minister-president. Zonder enige twijfel.'
Bij de NBBS maakt Bolkestein van zijn hobby zijn werk: reizen. In Londen ontmoet hij de Schotse Angusina Henderson Couper. Ze trouwen in 1960.
In 1960 verdwijnt Bolkestein opnieuw met de noorderzon. Nu bij de NBBS. Als ze daar goed en wel beseffen dat hun dynamische president er niet is, zit hij al op de boot naar Oost-Afrika. Op weg naar zijn eerste post bij oliemultinational Shell.
Hij wíl naar het buitenland. Voor het avontuur, voor het geld (Thijs Ornstein: 'Wij hadden een nare herinnering aan onze armetierige jeugd in en vlak na de oorlog. We zeiden altijd: dit nooit meer, we willen later wel behoorlijk verdienen.') en om de militaire dienst te ontlopen.
'Gezien zijn achtergrond en studie was Shell een verrassende keuze,' zegt Thijs Ornstein: 'Maar verklaren kan ik het wel. Shell betaalde goed en Frits hoefde niet in militaire dienst. Hij wilde een buitenlandse carrière en vond het daarom een beetje onzinnig om dan in militaire dienst te gaan.'
'In zijn studententijd zei Frits altijd: "Ik wil de politiek in, maar niet nu,"' aldus ambassadeur Van Walsum. 'Want hij zat altijd in geldnood. Hij zei: "Ik heb geen geld van huis uit. Ik heb geen zin om de politiek in te gaan om dankbaar te kunnen zijn voor een reisdeclaratie die vergoed wordt, of voor het presentiegeld, of voor een of ander miezerig salaris. Ik wil een beetje armslag hebben, anders heb ik er geen zin in. Dus ga ik eerst twintig jaar geld verdienen. Pas dan ga ik de politiek in." En dat namen wij, zijn vrienden, niet erg au sérieux. We dachten: als hij eenmaal geld verdient, dan gaat hij daar rustig mee door.'
V. De vroege Shell-jaren (1960-1970)
Ik heb de kans gehad om leraar wiskunde te worden. Maar dat concurreerde met de mogelijkheid om bij Shell te gaan werken (Frits Bolkestein, 1994)
De eerste Shell-post is Dar es Salaam, Tanzania. Frits Bolkestein mag DC-3-toestellen en theeplantages van olie voorzien. Shell is snel te spreken over zijn werk.
Als geoloog Thijs Ornstein midden jaren zestig zelf bij Shell solliciteert, zegt de personeelsmanager tegen hem: 'Voor uw vriend Bolkestein hebben we het carrièrepad uitgestippeld. Hij zal het heel ver brengen.'
Bolkestein komt in het Shell-boek waarin de namen van jonge managers met grote groeikansen staan. Hij is identified, heet dat bij Shell.
Daarnaast is er een nóg beroemder Shell-bestand, het zogenaamde zwarte boekje. Daarin staan de namen van kandidaten voor de absolute top van het concern. Daar kan Bolkestein niet meteen in komen. Dat is misschien iets voor later.
Echt tevreden is Bolkestein in Tanzania niet. Aan zijn vrienden vertelt hij dat het werk - olie 'rondkarren' met een jeep - ver onder zijn niveau is.
Hij houdt veel tijd over. En die besteedt hij aan studeren, lezen en aan zijn gezin. In Dar es Salaam schenkt Angusina Bolkestein-Henderson Couper het leven aan zoon Nico Gabbe en aan dochter Kate. Zoon Floris wordt later, in 1969, geboren. De kinderen worden Engelstalig opgevoed.
Intussen heeft Bolkestein razendsnel het Swahili geleerd, hij doet een schriftelijke cursus economie aan de London School of Economics en een schriftelijke rechtenstudie aan de Rijksuniversiteit Leiden. Aan het Londense instituut haalt hij het baccalaureaat, een soort kandidaatsexamen.
Aan het eind van de Tanzaniaanse periode, midden jaren zestig, trekt Frits Bolkestein met zijn jonge gezin voor korte tijd naar Nederland. Hij huurt een huis in een bungalowpark in Noordwijk om zich voor te bereiden op de laatste tentamens van zijn rechtenstudie. Met glans slaagt hij. En nu hij toch in Nederland is, zoekt hij meteen oude kennissen, onder wie Erik Jurgens en Gabbe Scheltema, op. Tegenover hen geeft Bolkestein blijk van zijn politieke aspiraties. Zoals bij zoveel ex-Barlaeanen gaat zijn voorkeur uit naar de PvdA.
In 1965 stuurt Shell Frits Bolkestein naar Honduras. Hij mag er een klein Shell-maatschappijtje met vierenveertig man leiden. Weer doet hij het naar opperste tevredenheid. Daarom mag hij vrij snel in het naburige El Salvador een vestiging met honderd werknemers bestieren. Het is een marketingfunctie, want het bedrijf verkoopt olie en chemische produkten.
Net als alle jonge managers bij Shell moet ook Bolkestein een poosje op het hoofdkantoor in Londen werken. Topman Jan Brouwer heeft hem aanbevolen bij de hoogste man van Shell-chemie, Ernst Werner.
Bolkestein krijgt een marketingfunctie op zijn afdeling.
Daar heeft hij het niet naar zijn zin.
Zijn vriend Erik van Bruggen, inmiddels ex-personeelsmanager bij Fokker: 'In Afrika voelde hij zich thuis. Daar zat hij vrijwel in zijn eentje, had hij geen bazen voor wie hij moest werken. Hij was min of meer een onafhankelijke olieverkoper en crosste door het land. Maar op momenten dat hij in een wat grotere organisatie zat, bazen boven zich had en medewerkers onder zich, was hij toch een beetje vreemde eend in de bijt.'
De impasse duurt niet lang. De volgende post die Shell hem aanbiedt, is van niveau. Frits Bolkestein, zevenendertig nog maar, mag hoogste man in Indonesië worden.
'Zijn hartewens,' zegt Van Bruggen. 'Omdat zijn moeder banden met Indonesië had en omdat hij zich altijd voorgenomen had een keer in Indonesië te werken.'
VI. Indonesië en de late Shell-jaren (1970-1975)
Mislukkingen zijn interessanter dan successen. De meeste politici schrijven over hun successen. Uit mislukkingen kun je lessen trekken (Frits Bolkestein, 1994)
Indonesië is niet alleen vanuit familieperspectief een uitdaging. Ook voor zijn loopbaanontwikkeling is het een belangrijke post.
'Bij Shell verloopt de promotie naar de top meestal via een directeurschap in een of twee heel moeilijke landen,' staat in Een loopbaan bij de Koninklijke, de opgetekende memoires van de oud-president-directeur Gerrit Wagner (Veen 1989, pagina 74).
Indonesië stáát in die tijd bij Shell als 'heel moeilijk land' geclassificeerd. In 1965 had Shell zich teruggetrokken uit dat land. Soekarno had onder druk van de invloedrijke communisten zoveel van Shell genaast dat verdere bedrijfsvoering onverantwoord was. De top van Shell had ten langen leste een overeenkomst gesloten met de machtigste man van de Indonesische staatsoliemaatschappij, generaal Ibnu Sutowo. De Indonesiërs zouden voor 115 miljoen dollar alle Shell-bezittingen in handen krijgen. Een klein liaisonkantoor van Shell zou zorgen voor de afhandeling van de overname en zou toezien op de terugbetaling door de Indonesiërs.
De buitenlandse Shell-managers werden overgeplaatst. De lokale krachten moesten van de ene dag op de andere van Shell overstappen naar Pertamina, de staatsoliemaatschappij. Zeer tegen hun zin. Want ook in een postkoloniale samenleving heeft een westerse multinational nog altijd meer aanzien dan een lokaal conglomeraat. En als dat westerse conglomeraat buiten iedereen om spéélt met de belangen van het lokale personeel is een andere postkoloniale gevoeligheid in alle hevigheid geraakt. Het Pertamina-personeel wordt anti-Shell.
Met de machtsovername door Soeharto in 1965 verandert het politieke klimaat. Aan de communistische invloed maakt de nieuwe regering op brute wijze een einde, terwijl ze het buitenlandse bedrijfsleven weer met open armen ontvangt. Shell maakt plannen voor een terugkeer. Het liaisonkantoortje moet uitgroeien tot een nieuw web. Handel met smeerolies uit Singapore komt tot leven en langzaam moet ook de exploratie en raffinage van olie weer op gang komen. Alles in samenwerking met Pertamina, de Indonesische staatsoliemaatschappij met het teleurgestelde personeel.
Een schone taak voor de algemeen vertegenwoordiger van Shell. Vanaf 1970 Frits Bolkestein.
Hij maakt een energieke indruk.
A.H. Dharmajaya, indertijd boekhouder bij Shell Indonesië, tegenwoordig vice-president van de Indonesische evenknie van Spa-water, Aqua Golden Mississippi, zegt: 'Mijn indruk was: wat een jonge man! Als hij nu al algemeen vertegenwoordiger is, dan moet het wel een high flyer zijn.'
Het huis dat Shell hem aanbiedt, in een residentiële wijk, wijst hij af. Hij zoekt zelf een huis, een oud-koloniale villa aan de Jalan Proklamasi, midden in het drukke centrum van Jakarta. Een straat met een geschiedenis. Want het is de plaats waar Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië hebben uitgeroepen.
Frits Bolkestein laat het huis grondig opknappen. Hij staat erop dat alles in de klassieke stijl bewaard blijft.
In het sociale leven van de Nederlandse gemeenschap laat hij zich gelden. Hij wordt voorzitter van de Nederlandse businesslunch en voorzitter van het bestuur van de Nederlandse school in Jakarta. Hij neemt lessen Bahasa Indonesia en spreekt de taal in korte tijd vrijwel accent- en foutloos. Van de gamelan, de Indonesische gongmuziek, wordt hij een liefhebber. Bij het lokale Shell-personeel maakt hij zich geliefd omdat hij op feestjes geen onderscheid maakt naar rangen en standen. Anders dan veel andere westerse managers vraagt hij ook secrateresses en dienstboden ten dans. Met de hoge opgeleiden stort hij zich graag in een intellectuele discours. Tegen de vrouw van een van zijn hogere kaderleden laat hij zich ontvallen: 'Ach mevrouw, wat zou ik graag de politiek ingaan. Maar mijn land is helaas zo klein. Was ik maar in Frankrijk of in de Verenigde Staten geboren. Dan had ik er als politicus toe kunnen doen.'
Is Frits Bolkestein aan de sociale vernieuwing van zichzelf begonnen?
Niet helemaal.
Hij heeft een afkeer van de chaos in de Indonesische samenleving. Die wil hij te lijf. Met zijn ijzeren discipline.
'Zijn schema was: zes uur opstaan, halfzeven Indonesische les, zeven uur Shell, vier uur golfles, vijf uur tennisles, zes uur douchen, zeven uur de eerste party, acht uur de tweede party, negen uur de derde party,' zegt Robert Kools, in die tijd hoofd van de Nederlandse school waar Bolkestein voorzitter van was. 'Het was geen gezellige man. Aan de party's die hij uit hoofde van zijn functie moest geven, kwam snel een eind. Om tien uur gaf hij iedereen een hand en hij zei: "Welterusten en tot ziens." Dat betekende: wegwezen.'
De Indonesische jaren vallen Angusina Bolkestein Henderson Couper zwaar. Ze is vaak ziek, heeft last van heimwee en reist veel naar Europa.
Ondanks pogingen van Bolkestein om haar in de lokale scene te integreren.
'Op een gegeven moment vroeg hij of zijn vrouw de kostuums mocht maken voor een musical op school,' zegt Kools. 'Bolkestein had er wel bijgevraagd om haar naam niet te melden. Haar handigheid met naald en draad moest onbekend blijven. Op de slotavond vond ik het toch nodig om haar in het zonnetje te zetten. Ze had fantastische kostuums gemaakt. Toen heb ik haar in het bijzijn van haar echtgenoot bedankt. Daarop werd de heer Bolkestein rood en hij keek mij verwijtend aan. Dit was niet afgesproken. Hij geneerde zich.'
Bolkesteins kinderen beleven een cultuurschok. Ze zijn Engelstalig opgevoed. Op de Nederlandstalige school in Jakarta-Slipi hebben ze moeite met de taal. Ook hun gedrag baart zorgen.
Hoofdonderwijzer Kools: 'Op een keer komt Bolkestein een halfuur voor de vergadering naar me toe en vraagt: "Hoe gaat het eigenlijk met mijn kinderen?"
Ik zeg: "Niet goed."
Hij zegt: "Ik heb rechten en filosofie gestudeerd, maar geen pedagogiek. Dat heb jij gedaan. Jij moet mij vertellen waarom mijn kinderen gisteren alle gordijnen naar beneden hebben gehaald en alle olielampen hebben omgegooid toen ik samen met mijn vrouw in Singapore zat."
Ik zeg: "Dat is heel makkelijk."
Hij kijkt me verbaasd aan en zegt: "Wat is er dan aan de hand?"
Ik zeg: "Zitten ze weleens op je rug?"
Zegt Bolkestein: "Wat moeten ze op mijn rug doen?"
Typisch een antwoord voor Bolkestein.
Dan zeg ik: "Ga eens met ze naar het aquarium."
Zegt hij: "Er is hier helemaal geen aquarium."
Dan zeg ik: "Dan máák je een aquarium. Dóé iets met ze."'
Met zijn kinderen gaat het niet goed.
Met zijn vrouw gaat het niet goed.
En met Bolkestein zelf gaat het ook steeds minder.
Hij moet met Pertamina over nieuwe concessies onderhandelen. Maar de Indonesiërs wijzen Shell alleen tweederangsgebieden toe. Ze willen aan zogenaamde production sharing doen. Dat komt er grofweg op neer dat westerse bedrijven in Indonesische olievelden moeten investeren terwijl de Indonesiërs zonder echte tegenprestatie in de opbrengst mogen delen. Kleine Amerikaanse oliemaatschappijen gaan hier op in. Ze krijgen de beste gebieden.
Shell past voor deze aanpak en moet die afwijzing bekopen met tweederangsoliegebieden. Sinds de terugkeer heeft Shell voor ongeveer een miljard dollar in Indonesische exploraties gestoken. En tot op de dag van vandaag heeft de Koninklijke er nog geen druppel olie voor teruggezien.
Dit fiasco kan zeker niet alleen Bolkestein aangerekend worden. Hij is meer het slachtoffer van een falende bedrijfsfilosofie ten aanzien van Indonesië. Production sharing is inmiddels, vijfentwintig jaar later, wereldwijd gemeengoed geworden.
Andere zaken kunnen Frits Bolkestein wél aangerekend worden. In 1971 bezoekt koningin Juliana Indonesië. Frits Bolkestein wordt geacht aanwezig te zijn en wel uit hoofde van drie functies: hoogste Shell-man, voorzitter van de businesslunch en voorzitter van de Nederlandse school. Maar als Hare Majesteit de vliegtuigtrap afdaalt, is de algemeen vertegenwoordiger van de Koninklijke Shell nergens te bekennen.
Kan ook niet.
Bolkestein zit in India.
Robert Kools: 'Frits Bolkestein was niet koningsgezind, hij was republikein. Shell heeft druk op hem uitgeoefend om terug te keren uit India. Daar zat hij vanuit zijn filosofische achtergrond te mediteren.'
Bolkestein landt net op tijd op Indonesische bodem om het bezoek van Juliana aan de school mee te maken. Hij maakt zich er snel vanaf.
Kools: 'Hij zei tegen mij: "Meneer Kools, u bent het hoofd van de school, ik geef de koningin een hand als ze uit de auto komt, ik stel u voor en dan regelt u het maar."'
Moeilijke tijden breken aan als Bolkestein met de Indonesische staatsoliemaatschapppij onderhandelingen moet voeren over de bouw van een raffinaderij in Tjilatjap aan de Zuidkust van Midden-Java. Pertamina en Shell komen niet tot elkaar. Namens de Shell-delegatie voert Bolkestein een laatste gesprek met generaal Ibnu Sutowo, de president-directeur van Pertamina. Bolkestein brengt nog een laatste bod uit. Generaal Sutowo aanvaardt het niet.
De deal gaat niet door.
Daarbij heeft Bolkestein een nieuw probleem veroorzaakt. Omdat hij rechtstreeks met Sutowo onderhandelt, die eigenlijk de gelijke is van de president-directeur van de Shell en dus niet het natuurlijk aanspreekpunt van Bolkestein, voelt de subtop van Pertamina zich gepasseerd.
Frits Bolkestein schrijft er iets over in zijn stukjesbundel Het heft in handen (1995): 'Er was ook niet veel gelegenheid geweest hen (de subtop - red.) te raadplegen, want wij waren pas de avond ervoor tot dat besluit gekomen. Maar zij voelden zich niettemin gepasseerd, wat in zekere zin ook zo was. Als gevolg daarvan daalde een bamboegordijn tussen Pertamina en mij, wat de onderhandelingen daarna heeft bemoeilijkt. Pas veel later is er een overeenkomst gekomen die heeft geleid tot de bouw van deze raffinaderij.'
Bolkestein lijkt hier openhartig. Toch is het maar het halve verhaal.
Er zijn mensen die het hele verhaal kennen.
De technische topman van Pertamina bijvoorbeeld: ingenieur Soedarno Martosewojo.
En de juridische topman van Pertamina en de oud-secretaris-generaal van de Opec: dr. Elrich Sanger.
Sanger zegt: 'Bolkestein slaagde er niet in goede relaties met regeringsmensen op te bouwen. Daarom raadde ik het Shell-hoofdkwartier aan om Bolkestein zo snel mogelijk te vervangen. Na zijn vervanging ging het beter omdat Bolkesteins opvolgers wél in staat waren om nauwe en vriendschappelijke banden met regeringsmensen in Indonesië aan te knopen.'
Soedarno zegt: 'Als ik zaken wilde doen, deed ik dat buiten Bolkestein om. Ik nam rechtstreeks contact op met de topman in Den Haag, Jan Chouffoer (lid van de raad van bestuur - red.). Shell heeft Bolkestein uiteindelijk inderdaad overgeplaatst. Hij moest zijn lopende zaken in snel tempo afmaken. Omdat er negatieve signalen van Pertamina waren gekomen maar ook van Shell-mensen zelf.'
Bolkesteins toenmalige collega Dharmajaya zegt: 'Bolkestein was een strikt onderhandelaar. Terwijl ze bij Pertamina liever onderhandelen met iemand die flexibel is. Daarom is het signaal afgegeven dat hij beter door een ander vervangen kon worden.'
De striktheid van Bolkestein blijkt ook uit een willekeurige anekdote van de ex-Shell-man Dharmajaya. Er vinden uitwisselingen plaats tussen Shell en Pertamina. Shell-mensen bezoeken Tjilatjap, Pertamina-mensen bezoeken Pernis. Als Pertamina-mensen aan Shell vragen of het bedrijf wil bijdragen aan hun bezoek aan het dure Nederland, zegt Bolkestein nee. Dat zet kwaad bloed.
De verhouding tussen Bolkestein en Pertamina verslechtert. Het dringt ook door tot Nederlandse kringen.
In 1972 wordt de ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden in Jakarta gebeld door Gerrit Wagner, de president-directeur van Shell.
'Klopt het dat Frits Bolkestein niet goed met de Indonesiërs overweg kan?'
Het antwoord van Hugo Scheltema, de ambassadeur: 'Die geluiden heb ik helaas ook gehoord.'
'Dan weet ik genoeg,' zegt Wagner.
Frits Bolkestein vervangen! Dat was hem sinds zijn redacteurschap bij het Amsterdamse studentenweekblad Propria Cures niet meer overkomen. Een vernedering, zeker in het Shell-milieu.
Hoe ongaarne de multinational het zware middel van de voortijdige overplaatsing hanteert, beschrijft de oud-president-directeur Gerrit Wagner in zijn opgetekende memoires (naar aanleiding van een zaak die eind jaren vijftig in Venezuela speelde): 'Maar waarom,' zei de minister, 'plaatsen jullie die man niet over?' 'Nee,' zei ik, 'dat doen we niet. En waarom niet? Als je iemand een verantwoordelijke functie hebt gegeven, moet je hem steunen. Tenzij hij fouten heeft gemaakt.'
Frits Bolkestein mag nog een maand lang zijn vervanger inwerken. Dan kan hij per vliegtuig terug. Zijn kans bij de Shell heeft hij gemist. Een positie aan de top zit er niet meer in. Bolkestein zal niet doordringen tot het zwarte boekje van Shell.
Tegenover zijn vrienden vertelt hij openhartig van zijn nederlaag.
'Frits heeft het moeilijk gehad in Indonesië,' zegt Thijs Ornstein. 'Zakelijk en persoonlijk.'
Shell-topman Ernst Werner laat zich jaren later tegenover vrienden ontvallen dat Bolkestein er in Indonesië een puinhoop van heeft gemaakt. Omdat hij zo arrogant is. Daarom stuurde Shell hem naar Parijs. Daar was hij gezien zijn karakterstructuur beter op zijn plaats.
Bolkestein gaat niet meteen door naar Parijs. In 1973 moet hij op het hoofdkantoor in Londen werken. Op de afdeling coördinatie krijgt hij de taak om als troubleshooter probleempjes in het Midden-Oosten en Azië oplossen. Zo moet hij de schulden van een failliete Shell-agent in Iran innen.
In 1974 stuurt Shell hem naar de vestiging in Parijs. Hij komt er in de derde laag van het management terecht. Onder de president-directeur en onder een aantal vice-presidenten.
Bolkestein wordt directeur van een divisie van Shell Chimie die plastic fabriceert.
De stijgende lijn van zijn loopbaangrafiek is een horizontale geworden.
Zijn functies in Londen en Parijs liggen hiërarchisch gezien op hetzelfde niveau als zijn baan in Indonesië. Shell ziet nog wel mogelijkheden voor Bolkestein, maar een plaats in de concerntop zit er niet meer in. Een lid van de raad van bestuur of de president-directeur van een grote vestiging moet over diplomatieke gaven beschikken. Sinds zijn Indonesische avontuur weet het Shell-management dat daar Bolkesteins kracht niet ligt. Wel wil de multinational de nog onbewezen kwaliteiten van Bolkestein testen.
Hubert le Plattre, een van Bolkesteins collega-directeuren bij Shell Chimie France zegt: 'Frits wist precies wat hij wilde. Was niet het type dat via goede contacten met zijn baas aan zijn carrière werkte. Frits ging zijn eigen gang. Voor ons Fransen was hij een typische noorderling. Koppig, recht door zee. Iemand die bewonderd wordt, maar nooit geliefd.'
Erik van Bruggen, jeugdvriend en oud-personeelsmanager bij Fokker: 'Frankrijk was weer zo'n typische kantoorbaan. Weliswaar op heel hoog niveau, maar hij moest met anderen samenwerken. Samen met je mededirecteuren beleid bepalen, met je medewerkers communiceren. Ik heb de indruk dat die periode hem moeilijk gevallen is. Er waren mensen die hem als hoogvlieger gespot hebben, er waren ook mensen die veel moeite met hem hadden. Voor zover ik begrepen heb, is hij altijd omstreden geweest.'
Na een jaar Parijs ziet Hubert le Plattre al dat collega Bolkestein geestelijk afscheid van Shell heeft genomen.
'Frits zei op een bepaald moment: "Ik wil niet mijn verdere leven bij Shell slijten." Hij wou de politiek in. Hij dacht dat hij dat beter zou kunnen. Dat hij met zijn intelligentie veel aan de politiek zou kunnen toevoegen. Ik begreep dat niet. In onze kringen hebben politici een laag aanzien. Profiteurs. Dat was Frits niet. Maar hij zei: "De politiek heeft ons soort mensen nodig. Onze kwaliteiten blijven anders onbenut."'
Aan zijn vriend Peter van Walsum, die zich op dat moment ongelukkig voelt als ambassadeur in India, geeft hij een ander motief om de politiek in te gaan.
In een brief schrijft Bolkestein: 'Ik veroorloof mij je (Van Walsum - red.) te adviseren je uit de buitenlandse dienst terug te trekken. Het is natuurlijk bijzonder leerzaam om een jaar of vijftien door de wereld te reizen, maar na een tijd moet men overgaan op een serieuze bezigheid. Dit geldt overigens ook voor Shell mutatis mutandis.'
VII. De overstap
Ik was drieënveertig toen ik vertrok, dus dan is het nog niet zo duidelijk. De directie van Shell is klein, dus dan is het onvoorspelbaar wie daartoe zullen behoren (Frits Bolkestein 1993)
In 1976 zou Bolkestein een nieuwe Shell-post krijgen, in Nederland. Zover laat hij het niet komen.
Eind 1975 maakt hij een afspraak met Ernst Werner, lid van de raad van bestuur en verantwoordelijk voor de chemie.
Werner vermoedt nog niets als Bolkestein zijn Wassenaarse villa betreedt. Eenmaal binnen, draait Bolkestein er niet omheen: hij wil weg bij Shell. Hij vertelt Werner de geschiedenis van zijn grootvader, Gerrit Bolkestein, die minister in oorlogstijd was. Zijn voorbeeld wil hij volgen. Hij wil iets betekenen voor het land en daarom wil hij politicus worden.
Een ongewisse toekomst is het wel. Want Shell doet niet aan terugkeergaranties. Het enige wat Werner Bolkestein kan voorhouden is dat hij altijd opnieuw mag solliciteren.
Daarna vertelt Bolkestein het voornemen aan zijn vrienden.
'We zaten in een weiland bij mijn huis in Twente,' zegt Thijs Ornstein. En Frits vertelde dat hij definitief besloten had om bij Shell weg te gaan en dat hij de politiek in wilde. Ik zei: "Fritsje, heb je dan al genoeg verdiend?"
En toen moest hij lachen en hij zei: "Ja."'
Frits Bolkestein zit op dat moment nog voor Shell in Parijs. Vandaaruit moet hij een strategie ontwikkelen om politicus te worden. Hij belt onder anderen met zijn oude Amsterdamse kennis Ed van Thijn. Aan hem vraagt Bolkestein hoe hij het meest rechtse kamerlid van de PvdA kan worden. Van Thijn antwoordt dat dat heel moeilijk is, zo vanuit het buitenland. De PvdA'er wijst Bolkestein erop dat niemand in Nederland hem kent en dat hij zich moet profileren. Misschien, zo suggereert Van Thijn, moet hij ook maar eens een artikel voor het PvdA-tijdschrift Socialisme en Democratie schrijven. Bolkestein volgt de wijze raad van Van Thijn op. Hij schríjft.
Met een klein amendement: het artikel ('De VAD als heilige koe') verschijnt niet in Socialisme en Democratie, maar in Vrijheid en Democratie (dd.16-4-'76), het VVD-huisorgaan.
'Hij heeft een beetje rondgeshopt bij politieke partijen om te kijken waar hij het beste bij zou kunnen,' zegt zijn vriend Erik van Bruggen.
Bolkestein schrijft zelf (Het heft in handen, pagina 227): 'Ik besloot mij bezig te gaan houden met de politiek uit onvrede met het toen heersende opinieklimaat in Nederland in het algemeen en uit ergernis over het beleid van het kabinet-Den Uyl in het bijzonder.'
VVD'er uit overtuiging, politicus uit idealisme - zo lijkt het.
En voor dat ideaal zal, zo suggereert hij verder, korte tijd later véél moeten wijken (De engel en het beest, pagina 14): 'Al met al zat ik in een tamelijk moeilijk parket. Geen baan, geen geld en een onzekere toekomst in een onzeker beroep.'
Jeugdvriend (en tegenwoordig vakantievriend) Erik van Bruggen genuanceerder: 'Shell heeft een afkoopsom voor hem betaald. Ik noem het even een afkoopsom, maar uiteindelijk hebben ze het omgezet in een pensioen dat hij vanaf een bepaalde leeftijd zou krijgen. Voor zover ik begrijp, krijgt hij dat nu nog.'
Florus Wijsenbeek, VVD-europarlementariër, destijds Bolkesteins concurrent voor een verkiesbare plaats bij kamercentrale Den Haag: 'Shell heeft Bolkestein echt een steuntje in de rug gegeven. Dat werd ik gewaar via een Britse vriend met wie ik werkte aan een campagnefilm over Europa. Hij vertelde me dat hij voor een mooi bedrag de televisietraining had gedaan van een Nederlander die bij Shell werkte en die Shell graag de politiek in wilde helpen.'
In zijn laatste Parijse dagen bezoekt Bolkestein een aantal managers uit het Nederlandse bedrijfsleven. Een van hen is Akzo-topman H.M. van Mourik Broekman.
'Ik had Bolkestein vijf jaar eerder bij een bezoek aan Indonesië ontmoet,' zegt hij. 'Hij maakte toen geen bijzondere indruk op me. Ik heb ook vijf jaar lang niks van hem gehoord. Totdat er ineens op een sneeuwwitte dag de telefoon ging en hij vroeg of hij langs mocht komen. Dat kon ik niet weigeren, al waarschuwde ik hem dat ik helemaal niet in de politiek was ingevoerd. Hij kwam toch en zocht ingangen in de VVD. Niemand kende hij daar. Het was een soort wanhoopsoffensief. Want ikzelf kende ook geen enkele VVD'er, op een jongeman na aan wie mijn vrouw ooit bijles had gegeven. Dat was Peter Rauwerda.'
Rauwerda is dan management-consultant vooral op het terrein van kernenergie, en fractieleider van de VVD in Delft.
Van Mourik Broekman belt Rauwerda. Rauwerda belt Bolkestein. In februari 1976 ontmoeten ze elkaar.
Het klikt.
Rauwerda moet proberen Bolkestein hoog op de kandidatenlijst van de VVD te krijgen. Het is kort dag. In de zomer en in het najaar van 1976 moeten de afdelingen en centrales kandidatenlijsten opstellen. Bolkestein moet in een klein halfjaar voor elkaar krijgen, waar andere aspirant-kamerleden een half leven voor nodig hebben.
Rauwerda's campagneobject heeft de jaren zestig in Nederland niet meegemaakt. Hij kent de weg in Singapore, niet in Rotterdam. Hij weet niet wat een tosti is.
Het duo Rauwerda-Bolkestein voert een bliksemcampagne. Ze gaan op tournee langs alle VVD-afdelingen. Eerste doelwit is Terborg in de Achterhoek, een afdeling die Rauwerda ooit zelf heeft opgericht. Ze gaan naar Friesland, Limburg, de IJmond. Ze praten met de melkveehouder, de exportmanager, de kolonel, de afvalverwerker, de secretaris van de veenkoloniale bond. Die maken kennis met een nieuw verschijnsel in Nederland: parachutisme in de politiek. Sommigen reageren uitgesproken negatief op 'het samenspan van carrièrejager en lobbyist', anderen vinden het een verfrissend offensief tegen het traditionele systeem van kandidaatstelling.
'Het was iets heel bijzonders,' zegt Loek Hermans, destijds ook aspirant-kamerlid, nu commissaris van de Koningin in Friesland. 'Al die mensen die in de campagne meededen waren in de VVD bekend. Bolkestein kwam ineens zo binnendwarrelen. En hij voerde zoals sommigen zeggen een Amerikaanse campagne. Met ondersteuning van Peter Rauwerda. Die is overal met hem geweest. Het was opzienbarend nieuw voor de VVD.'
Vriend Peter van Walsum, ambassadeur in Duitsland: 'Frits had geen enkele zin om eerst via gemeenteraden of via de provincie een carrière op te bouwen. Rond 1955 had hij al tegen me gezegd: "Ik wil de politiek wel in, maar dan moet ik eerst genoeg geld hebben. Ik ga eerst twintig jaar geld verdienen, daarna stap ik over." Hij heeft zich daar precies aan gehouden.'
Ook zoekt Bolkestein oude en nieuwe VVD-voormannen op, onder wie de voormalige leider Edzo Toxopeus en de fungerende leider Hans Wiegel.
'Hij vertelde me dat hij de politiek in wilde en kandidaat voor de Kamer wilde zijn,' zegt Wiegel. 'Ik vond dat heel opmerkelijk. Hij kwam toen langs in de fractievoorzitterskamer. Vanachter werd hij aangestaard door de bronzen kop van Oud (VVD-leider na de oorlog - red.). Ik richtte die altijd op mijn bezoekers zodat zij kritisch door de grote vroegere leider werden aangekeken. Het was een bijzonder gesprek. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik vond het heel erg positief. Ik weet nog dat ik toen hij weg was tegen een collega uit de fractie zei: "Dat is toch een heel bijzondere man. Misschien lukt het hem ook nog om in de Kamer te komen."'
Bij de kandidaatstellingsvergadering in Utrecht dreigt Bolkestein ver beneden verkiesbaar niveau af te zakken. Maar een invloedrijk man uit het bedrijfsleven, en een gewaardeerd politicus in de VVD, gaat voor hem door het vuur: Guus Zoutendijk, lid van de raad van bestuur van Delta Lloyd, die eerst lid van D66 is geweest, en later voorzitter van de Eerste Kamer zal worden. Hij maakt kenbaar dat de VVD zuinig moet zijn op haar schaarse kandidaten uit het bedrijfsleven, niet in de laatste plaats op een ex-Shell-manager.
Zijn interventie slaagt.
Aan het eind van de interne verkiezingsstrijd staat Frits Bolkestein op de vierendertigste plaats. Hoog voor een nieuweling, te laag voor een zetel in de Kamer. Bij de verkiezingen van 1977 haalt de VVD 28 zetels.
Bolkestein verwacht op dat moment dat er een tweede kabinet-Den Uyl komt (de PvdA heeft een recordwinst van tien zetels gehaald), maar dat het niet langer dan twee jaar zal blijven zitten. Dan is, denkt hij, de VVD weer terug in het kabinet. Hij zal dan automatisch doorschuiven naar de Kamer. In de tussentijd solliciteert hij, zoals hij zelf meldt in zijn boek De engel en het beest, naar de post van loco-secretaris-generaal bij Buitenlandse Zaken.
De eerste ronden komt hij door. Hij strandt bij Max van der Stoel, de minister. Die vindt Bolkestein een te politiek geprofileerde figuur voor deze ambtelijke functie.
Een ander sollicitatiegesprek laat Bolkestein in zijn boek achterwege. Op 24 oktober 1977, als de formatie nog aan de gang is, onderhandelt hij met het uitgeversconcern Elsevier over een post in de raad van bestuur. Onder anderen met Pierre Vinken. Het initiatief gaat uit van Elsevier.
Volgens Jan Verleur, destijds lid van de raad van bestuur, was Bolkestein serieus van plan om bij de uitgever in dienst te treden: 'Anders was hij het gesprek niet aangegaan. Bolkestein was op zoek naar een hoge functie in het bedrijfsleven. Ik begreep dat hij alleen in de politiek zou gaan, als hij in het bedrijfsleven niet de functie zou krijgen van het niveau dat hij voor ogen had. Het bedrijfsleven was zijn eerste keus, de politiek zijn tweede.'
Bolkestein wordt afgewezen.
'We zochten iemand die ervaring in Amerika had,' zegt Verleur. 'Uiteindelijk vonden we een kandidaat die deze ervaring had op het niveau dat wij wilden. Bolkestein had die ervaring op dat niveau zeker niet.'
Brodeloos blijft het kamerlid in spe niet.
Hij krijgt een opdracht van het Amsterdamse ingenieursbureau Comprimo. Daar had de vader van Rauwerda (directeur van moederbedrijf Stork) een flinke vinger in de pap.
Bolkestein krijgt een opdracht. In Mexico-Stad en Ecuador mag hij onderzoeken of er een markt is voor ingenieursdiensten in de petrochemie. Hij is bijna klaar met zijn werk als er telefoon komt uit Nederland. De poging om een tweede kabinet-Den Uyl te formeren is mislukt. Er komt een kabinet-CDA-VVD. Acht bewindslieden van de VVD komen uit de kamerfractie. Als een na laatste op de wachtlijst schuift Frits Bolkestein door naar de Tweede Kamer. Hij komt in de plaats van Els Veder-Smit die staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne wordt. De lange mars van Frits Bolkestein is begonnen.
Eenmaal in de Tweede Kamer valt hij op door zijn onconventionele gedrag. Aan aspirant-medewerkers stelt hij zich voor met: 'Ik ben Bolkestein, ik ben extreem lastig en veeleisend.' En hij kan vloeken: 'In Parijs had ik gvd tweeduizend mensen onder me, nu moet ik mijn eigen stukken kopiëren.' Bij de koffie merken bezoekers dat hij eerst het koekje van hún schoteltje haalt om daarna pas aan zijn eigen koekje te beginnen. Het traditionale toastje met zalm op recepties besmeert hij met extra zalm van een ander toastje. Aan reputaties en grote namen heeft hij geen boodschap. Midden in een gesprek kan hij de president-directeur van de KLM zijn rug toekeren, ten teken dat het hem niet meer interesseert.
In positieve zin valt hij op door de wijze waarop hij zijn werk delegeert. Medewerkers mogen de meest beladen dossiers voor hem voorbereiden. De afhandeling van zijn Shell-pensioen laat hij aan zijn assistentie over. Een van zijn medewerkers krijgt zelfs de opdracht om een door hem geschreven erotisch verhaal uit te tikken.
Over Bolkesteins ruimdenkendheid, die mooie liberale eigenschap, hoeft niemand zich zorgen te maken.
Hoe perfect Bolkestein zijn activiteiten ook heeft georganiseerd, in de pikorde van de Tweede Kamer is hij niet meteen thuis. Hij wil economisch woordvoerder worden in de fractie. Dat brengt aanzien mee. Ombuigingen (Bestek '81) zijn het gesprek van de dag.
Het lukt niet.
Frits Bolkestein mag 'buitenland' doen, een onderwerp in de luwte. Het kruisrakettentijdperk is nog niet in volle hevigheid losgebarsten.
Met uitspraken over het nut van ontwikkelingshulp en over de betrekkingen met Taiwan mag Frits Bolkestein zich profileren. Maar niet te erg. Want de VVD heeft een eigen minister van Buitenlandse Zaken, en nog wel een hele zwakke, Chris van der Klaauw.
Bij de verkiezingen van 1981 komt Frits Bolkestein zonder omwegen in de Tweede Kamer. De VVD raakt in de oppositie, omdat het CDA besloten heeft met Den Uyl te regeren. Het zal niet lang duren. Nog geen jaar later valt het kabinet. Het mooiste moment uit de loopbaan van de nieuwe piepjonge fractieleider van de VVD, Ed Nijpels, breekt aan.
VIII. De staatssecretaris (1982-1986)
Een goede politicus moet met mensen overweg kunnen (Frits Bolkestein, 1994)
De verkiezingen van 1982 leveren de VVD de grootste overwinning uit de geschiedenis op. Nijpels boort een nieuwe markt aan. Hij heeft succes bij de vrouwen, de jongere Veronica-aanhang en de zuidelijke kiezers. De VVD stijgt van zesentwintig naar zesendertig zetels en lijkt weer aan regeren toe. Er wordt druk geformeerd aan een eerste kabinet-Lubbers (CDA-VVD). Als de post van staatssecretaris van Economische Zaken voor buitenlandse handel aan de orde is, komt eerst Elsevier-redacteur Ferry Hoogendijk ter sprake. Maar die wil Lubbers niet. Er is nog een kandidaat. Een kandidaat die al vóór zijn benoeming voortvarend te werk is gegaan. Frits Bolkestein.
Die is zo stoutmoedig dat hij het ministerie van Economische Zaken binnenstapt en vraagt of ze hem willen uitleggen wat een staatsecretaris voor buitenlandse handel zoal doet.
'Dat was zeer ongebruikelijk,' zegt Klaas de Jong, destijds directeur van de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), een van de topambtenaren onder de staatssecretaris, tegenwoordig een van de directeuren van Nutricia. 'Hij motiveerde zijn bezoek met:"Er is een kans dat ik staatssecretaris word."'
Frits Bolkestein wórdt staatssecretaris. Op 5 november 1982 volgt zijn beëdiging. Een week later, op 12 november, meldt het ministerie in EZ-personeelsblad: 'De staatssecretaris voert in de contacten die hij met buitenlanders heeft, de titel: minister voor buitenlandse handel.
Het zal hem van pas moeten komen bij zijn belangrijkste taak: Holland-promotie. Dat hij zelf ook promotie maakt, is meegenomen.
Zijn voorganger Wim Dik, inmiddels hoogste man bij KPN, noemt de ministerstitel 'boerenbedrog', 'een lachertje'.
Er worden grappen over gemaakt. Eentje gaat zo: waarom gaat Bolkestein bij vertrek uit Nederland voor in het vliegtuig zitten en op de terugweg naar Nederland altijd achterin? Antwoord: Dan kan hij zolang mogelijk minister blijven.
Zelf is Frits Bolkestein helemaal geen grapjas. Hij is vormelijk, erg vormelijk. Terwijl het in de VVD van Nijpels gemeengoed is om elkaar te tutoyeren, houdt Frits Bolkestein vast aan traditionele beleefdheidsvormen.
'Hij heeft zich in die periode altijd heel formeel opgesteld,' zegt Klaas de Jong. 'Ik denk dat dat een soort schild was dat hem hielp om de dingen te doen zoals hij ze wilde doen. Hij wilde zich niet onnodig kwetsbaar maken en beschouwde zijn houding als hulpstuk. Ik denk dat hij te veel informele contacten of gesprekken als een bedreiging zag. Hij hield er niet van. Hij had het liever over de zaak.'
Jeugdvriend Erik van Bruggen: 'Frits heeft weleens gezegd dat hij een oester is waarvan de schaal elk moment dicht kan klappen. Dan kan niemand erin.'
Een handicap. Wat hebben Nederlandse zakenlieden, op missie in het buitenland, liever dan een joviale omgang met 'hun' staatssecretaris? Successen en frustraties delen, bij voorkeur aan de bar van het hotel.
Bij zijn aantreden zei Bolkestein nog: 'De taal van het zakenleven is mijn taal; ik voel me daarin thuis' (EZ-personeelsblad Contact, december 1982).
Ondernemers raken daar steeds minder van overtuigd.
'Het Nederlandse bedrijfsleven was niet tevreden over zijn functioneren,' zegt zijn voormalige beschermer professor Guus Zoutendijk, van 1984 tot 1992 voorzitter van de raad van bestuur van Delta Lloyd. 'Hij isoleerde zich nogal van de overige deelnemers. Zat liever een boek te lezen dan dat hij een borrel ging drinken. Dat zegt overigens niets over zijn functioneren binnenskamers. Maar er bereikten mij signalen, onder andere uit kringen van het VNO. "Kan dat nou niet anders?" werd mij gevraagd."Hier wordt over gesproken." Ze hadden niet het idee dat deze staatssecretaris bij hen hoorde. Dat verontrustte mij enigszins.'
Het past bij het beeld dat Erik van Bruggen van zijn boezemvriend schetst. Hij zegt: 'Ik ben me er bewust van dat ik een zwart-wittypering geef, maar Frits Bolkestein is toch een beetje een aso. Omdat hij zich toch in zijn gedrag naar anderen asociaal gedraagt. Hij kan heel bot zijn. Ik heb weleens meegemaakt dat mensen hem een hand willen geven en hij de uitgestoken hand gewoon negeert. Ik zou dat niet graag doen.'
Over zijn dossierkennis zijn zijn ambtenaren lovend. Verder is hij een ervaren en hard onderhandelaar. Tot in de details. Topambtenaar Klaas de Jong ondervindt dat aan den lijve.
'Ik zag op gegeven moment dat hij een tweedehands auto te koop aanbood,' zegt hij. 'Ik meldde me aan als koper. Frits Bolkestein vroeg toen natuurlijk een veel te hoge prijs. Hij hield voet bij stuk, al heb ik uiteindelijk met veel moeite wel wat kunnen afdingen. Dat heb ik later zwaar moeten bekopen. Want toen ik de auto ophaalde, was de radio er uit. Heeft hij toch iets teruggepakt.'
Met Klaas de Jong in zijn kielzog reist Frits Bolkestein de wereld af. Bij de KLM weten ze hem te vinden. First class, stoel A1, achter een papierberg.
'Wat Bolkestein gelezen heeft, verscheurt hij,' zegt Klaas de Jong. 'Om hem heen zag je grote stapels snippers ontstaan waar stewardessen met grote verbazing omheen liepen. Maar ze durfden er niets van te zeggen. Daarvoor boezemde hij te veel ontzag in.'
Bolkestein heeft speciale aandacht voor handel met Japan en de Verenigde Staten. In Bombay laat hij een handelspost openen.
De staatssecretaris van Buitenlandse Handel is een reizend vertegenwoordiger van de bv Nederland. De kaart van de wereld wordt binnenstebuiten gekeerd. Overal gaat Bolkestein heen. Op één land na.
'Het viel ons op dat hij niet graag naar Indonesië ging,' zegt de oud-EVD-chef Klaas de Jong. 'Als dat land op de agenda kwam, werd hij een beetje hoekig. Dat was het signaal van: "Laat dat nou verder maar aan mij over, we hebben er al genoeg over gepraat." Als we het jaarprogramma bespraken, zorgden we dat Indonesië niet in zijn programma terechtkwam. Ik heb het gevoel dat hij tijdens zijn verblijf voor Shell in Indonesië een ervaring heeft gehad waar hij minder trots op was. En dat hij zich niet zo goed toegerust voelde om daar in zijn nieuwe functie weer naar toe te gaan.'
Het is een zware periode voor Bolkestein. Zijn vrouw is chronisch ziek. In 1984 overlijdt ze onder tragische omstandigheden. Hij blijft achter met drie kinderen, van wie een nog in zijn puberteit.
IX. De beul van Nijpels
Je moet de dialoog niet laten vertroebelen door persoonlijke animositeit. Dat vind ik heel belangrijk. Om mijn slagzin uit mijn periode bij Shell te gebruiken: concurrentie zonder animositeit (Frits Bolkestein, 1994)
Lange tijd bemoeit Frits Bolkestein zich niet of nauwelijks met de partijpolitiek.
Tijdens het VVD-bewindsliedenoverleg laat hij zich wel eens ontvallen: 'Ik ben er niet voor de partij, maar voor de politiek.'
Dat wordt anders als er onrust in de VVD ontstaat.
Het CDA van Lubbers laat niet na de coalitiepartner te kleineren. En erger: de VVD wordt geconfronteerd met een serie affaires die uitgebreid de pers halen. Een staatssecretaris die liegt over zijn diploma's (Charles Schwietert), een partijsecretaris die voor de fotograaf van Playboy samen met zijn vriendin naakt in de kamerbanken poseert, de RSV-zaak die de hoogste VVD'er in het kabinet, vice-premier Van Aardenne, tot aangeschoten wild maakt, de interne verdeeldheid in de VVD-fractie over het niet uitreiken van de P.C. Hooftprijs door minister Brinkman aan Hugo Brandt Corstius.
En dan zijn er affaires die nog enigermate binnenskamers blijven. Zoals de opvolging van Koos Rietkerk, de minister van Binnenlandse Zaken die plotseling overlijdt. Als eerst de voorzitter van het college van bestuur van de Rijksuniversteit Leiden K. Cath en topambtenaar M.D. van Wolferen weigeren, komt Wiegel als tijdelijk bewindsman in beeld. Maar na een aantal misverstanden besluit hij in Friesland te blijven. Ed Nijpels krijgt er de schuld van.
De prijs, het ministerschap, gaat naar Rudolf de Korte, tot dan toe kamerlid en rijzende ster in de fractie.
Als een niet onaanzienlijk deel van de fractie Ed Nijpels meer als oorzaak dan als oplossing van de problemen gaat beschouwen, is de paleisrevolutie nog maar een kwestie van tijd. De machtige kamercentrales in het westen van het land, vooral in Zuid-Holland zijn al eerder tot een harde conclusie gekomen: Nijpels moet weg. Hun besloten samenkomsten gaan de geschiedenis in als het Sweelinck-beraad, genoemd naar de straat waar het Haagse partijbureau gevestigd was. De Zuid-Hollandse partijbaronnen en de ontevredenen in de VVD-fractie steken elkaar aan.
Guus Zoutendijk, op dat moment voorzitter van de Eerste Kamerfractie zegt: 'Door die affaires was binnen de partij een groep ontstaan die vond dat er een grote politieke zuivering moest plaatsvinden omdat de top gefaald had. De kamercentrales van Dordrecht, Rotterdam, Den Haag en Leiden zijn het gaan organiseren. Tenslotte bleek dat een grote groep mensen uit de fractie het hiermee eens was. En daar was Frits Bolkestein degene die het aan de orde stelde.'
Thijs Ornstein, die zijn vriend Bolkestein ooit benaderd had om een coup in het corps te plegen: 'Het gekke is, die geschiedenis in het corps was niet eenmalig. Het is in Fritsjes carrière vaker voorgekomen dat hij op het goede moment op de goede plaats aanwezig is. Het zijn anderen die hemhand-picked hebben en vroegen: "Frits, zo zien we het, wil jij die functie vervullen?"'
Frits Bolkestein wordt aspirant-leider van de aspirant-opstand. In de aanloop naar de verkiezingen van 1986 maakt hij afspraken met fractieleden die hij niet als honderd procent Nijpeliaan taxeert. Er zijn er die zich vereerd voelen door de spontane uitnodiging van de staatssecretaris, inmiddels gestegen in de Haagse pikorde. Ineens wordt hij in cafés en restaurants gesignaleerd. Steeds in gezelschap van andere fractieleden. Voorzichtig, maar gedecideerd informeert hij naar hun mening over het functioneren van Ed Nijpels.
Guus Zoutendijk - de oude hoeder van het politieke talent Bolkestein, maar ook loyaal aan fractieleider Nijpels - komt ter ore dat Bolkestein serieuze plannen heeft om Nijpels af te zetten. Hij wil Bolkestein afremmen en belt hem op.
'Ik zei: "Frits, waarom ga je dat nu doen?" Maar het had geen succes. Hij zei dat hij niet overtuigd was door mijn argumenten.'
Op 21 mei 1986 zijn er verkiezingen.
De VVD zakt van zesendertig naar zevenentwintig zetels.
De stemmen die Nijpels in 1982 gewonnen heeft, verliest hij weer.
Op de avond van de uitslag komt de VVD samen in Bunnik. In een achterafzaaltje vallen harde woorden.
Loek Hermans: 'Ik was verrast dat ik van Jan Kamminga (de partijvoorzitter - red.) te horen kreeg: "Morgen gaan er grote problemen in de fractie komen. Frits Bolkestein gaat waarschijnlijk voorstellen dat Ed Nijpels weg moet." Voor mij was dat volstrekt nieuw.'
In de fractieruimte van het oude kamergebouw komen de VVD'ers de volgende dag samen. Frits Bolkestein neemt al snel het woord. Veertig minuten lang kan niemand hem dat ontnemen. Zijn speech is zorgvuldig voorbereid.
In de aantekeningen van een van de aanwezigen over Bolkesteins interventie staat: 'Hij (Nijpels ) is een uitstekende campagnevoerder, samen met Hans (Wiegel) en Jan (Kamminga) de beste binnen de VVD.
Een prima debater, bij vlagen briljant. Zijn verhouding met de media was altijd een pluspunt. Nu is het een minpunt geworden.'
Het eind van het verslagje staat zwart van de verwijten, allemaal in telegramstijl genoteerd:
'Te weinig politiek management.'
'Een onduidelijke houding ten opzichte van het CDA.'
'Te weinig mensenkennis.'
En: 'In Frankrijk en Engeland zou de fractievoorzitter nu moeten aftreden. Ed moet op een andere post terechtkomen. En er moet een speciale partijraad komen om te situatie te bespreken.'
Zo hard is de vertrouwenskwestie nog nooit aan de orde geweest in de VVD.
En de aanval van Bolkestein slaagt.
Ooggetuige Loek Hermans: 'Ed Nijpels reageerde vrij snel. Hij constateerde een vertrouwensbreuk. Zijn voorstel was om de kabinetsformatie nog af te handelen en zich daarna als fractieleider terug te trekken.'
'Bolkestein was de hatchet man, de beul van Nijpels,' zegt europarlementariër en VVD-kenner Florus Wijsenbeek.
Het oproer komt breed in de publiciteit. Voor de VVD-achterban, die traditioneel hecht aan keurige omgangsvormen is het een schok. Niet zozeer vanwege het vertrek van Nijpels, wél om de manier waarop het is gegaan.
Sommigen, onder wie Loek Hermans, vinden Bolkestein te hard. Anderen te weinig discreet (Hans Wiegel: 'Als je onprettige mededelingen moet doen, doe je dat onder vier ogen').
En weer anderen zullen de aanval van Bolkestein achteraf zien als oorzaak van de zeven magere jaren die vanaf nu zullen volgen. (Guus Zoutendijk: 'In wezen was het een coup. Wat ik Bolkestein verwijt: het had nooit zo moeten gebeuren. Het had veel eleganter gekund. Want nu werden wij dus in een diepe crisis gedompeld, die uiteindelijk geleid heeft tot de kabinetscrisis van mei 1989 en tot de val van Joris Voorhoeve een jaar later.')
En het slachtoffer, Ed Nijpels zelf?
Hij zegt: 'Als we met een paar mensen om de tafel waren gaan zitten, hadden we met minimale schade voor de VVD precies hetzelfde resultaat bereikt. Namelijk dat ik het kabinet was ingegaan: dat was ook mijn ambitie op dat moment.'
Nijpels mag de formatie nog afronden. Onder curatele. Als het om de benoeming van ministers gaat, is Rudolf de Korte verantwoordelijk.
De verhoudingen binnen de VVD zijn ernstiger verstoord dan ooit.
Rudolf de Korte, aangesteld als keuzeheer, wordt sleutelfiguur. Hij valt de 'Nijpelianen' niet af. Het zal hun laatste overwinning worden. Ze komen vrijwel zonder uitzondering in het kabinet. De fractie wordt de pleisterplaats van de ontevredenen, ook voor Frits Bolkestein. De scheiding der geesten is nu ook in fysieke zin waarneembaar.
Over de opvolging van Ed Nijpels als fractieleider breekt nog geen hooglopende ruzie uit.
De Bolkestein-aanhangers in de fractie en geestverwanten uit het Sweelinck-beraad hebben hun missie niet tot in de uiterste consequenties doordacht. Te zeer waren ze uit op de val van Nijpels. Zijn beul hadden ze gevonden, maar niet zijn opvolger. Omdat ze beseffen dat ze van de beul geen koning kunnen maken, en omdat Frank de Grave en Robin Linschoten nog te jong zijn, moeten ze op zoek naar een gebrek-aan-beterkandidaat.
Nijpels en zijn volgers hebben weinig te kiezen. Ze hebben er alleen belang bij dat geen kandidaat uit het kamp van de tegenstanders fractieleider wordt. Een opvolger uit eigen gelederen, zo taxeren ze, zal het niet halen. Bij gebrek aan keuze, zoeken ze een kandidaat die zich in de afgelopen periode min of meer afzijdig heeft gehouden.
De anti-Nijpels-vleugel vergadert ten huize van Robin Linschoten.
De Nijpels-getrouwen zien elkaar rond het Binnenhof. Ze houden een speciale lobbyronde voor hun kandidaat tijdens de jaarlijkse barbecue op het Binnenhof, aan het einde van het parlementaire jaar.
Beide kampen komen tot dezelfde keuze: Joris Voorhoeve, de brave Joris.
De beslissende fractievergadering wordt gehouden op het departement van Verkeer en Waterstaat, residentie van dan nog de koningin van de VVD, Neelie Kroes.
Er zijn drie kandidaten: Henk Koning, Loek Hermans en Joris Voorhoeve.
Het wordt nog spannend. Loek Hermans komt dichtbij, maar haalt het net niet.
De verliezer: 'Eigenlijk had ik evenveel stemmen als Voorhoeve, maar omdat ik niet op mezelf gestemd had, is Voorhoeve het geworden.'
Bolkestein is weer gewoon kamerlid. Hij geniet ervan. Hij kan lezen, naar het theater gaan en zich in allerlei intellectuele debatten storten.
Zijn persoonlijk medewerker, de jonge VVD'er Andrea Nederlof, krijgt de taak om voorstudies te verrichten. De onderwerpen zijn met zorg uitgekozen. Nederlofs eerste studies gaan over de Amerikaanse inval in Libië en de statutaire band tussen Nederland en Suriname.
Tien jaar later heeft Nederlof een sterk vermoeden over Bolkesteins drijfveer: 'Waar Frits op uit was met mijn studies wist ik nooit van tevoren. Maar nu zie ik wel een rode lijn. Ik denk dat een van zijn bottom lines was: wat zijn de grenzen van humanitaire interventie. En: waarom beslist Amerika daartoe? Wat ik ook denk, maar dat kan ik niet bewijzen, is dat er in Nederland op dat moment is nagedacht om met hulp van Amerika zo'n humanitaire interventie te ondernemen in Suriname.'
Bolkesteins eigen intelligence unit doet verder onderzoek naar: het anti-Amerikanisme in Nederland, de persoon Marcus Bakker, het verdwijnen van de CPN uit de Tweede Kamer, de Rushdie-affaire, het recht op collectieve zelfbeschikking, de recente geschiedenis van Cambodja, en het leven en werk van de polemoloog Hylke Tromp.
De studie naar de geschiedenis van Cambodja gebruikt Bolkestein later voor zijn debat met de Amerikaanse linguïst en politieke pamflettist Noam Chomsky. Dat voert hij in Groningen. Thema: de niet-kritische houding van linkse intellectuelen tegenover een links schrikbewind zoals dat van Pol Pot in Cambodja.
Met de studie naar leven en werk van Hylke Tromp is weinig gebeurd. Bolkestein wilde hem op zijn linkse standpunten inzake de Oost-Westverhouding terecht wijzen. Maar voor hij kon toeslaan, viel de Berlijnse Muur en stelde Tromp zijn opvattingen in belangrijke mate bij.
Op Hylke Tromp kon Bolkestein oefenen, wat hij later bij de oud-CPN'ers Ina Brouwer en Gijs Schreuders in praktijk zou brengen.
Assistenten van Bolkestein voelen zich betrokken bij een permanente studium generale. De meester behandelt zijn leerlingen, twintigers meestal, genereus. Hij zoekt de onderwerpen uit, zij schrijven. De getalenteerden onder zijn jonge gevolg corrigeert hij hooguit op stijl. De opvolger van Andrea Nederlof, Robert Lawick van Pabst, zal een stuk schrijven over het mediabeleid dat vrijwel ongewijzigd in Bolkesteins boek Het heft in handen verschijnt. En een stuk over de afschaffing van het ziekenfonds dat onder de naam van F. Bolkestein op de opiniepagina van de Volkskrant (dd. 21-10-'95) komt, is voor negenennegentig procent het werk van Lawick von Pabst en fractiespecialist Margreet Kamp. Tot 1994 zullen veel sociaal-economische beschouwingen van mr.drs. F. Bolkestein door Hans Hoogervorst geschreven worden, tegenwoordig kamerlid voor de VVD.
Niet dat andere fractieleiders hun stukken allemaal zelf schrijven. Maar Wallage, Wolffensperger, Rosenmöller en Heerma profileren zich ook niet als serieuze auteurs.
Neemt niet weg dat de persoon Frits Bolkestein zijn bijdrage aan het opinie-instituut mr.drs. F. Bolkestein levert: via de selectie van gevoelige onderwerpen. Eerder dan andere politici in Nederland ontdekt hij spraakmakende en controversiële thema's. Althans, voor zover ze aansluiten bij de opvattingen van het VVD-electoraat. Een assistent die voorstelde om een verhaal te maken over de loonkostenmythe in Nederland (waarin de stelling dat arbeid in Nederland zo duur is, wordt aangevallen) kreeg op nukkige wijze nul op het rekest. Dat zou niet goed vallen bij de achterban.
Bolkestein laat zich bij zijn onderwerpkeuze inspireren door debatten in de Amerikaanse pers en literatuur en door gesprekken die hij voert met tal van intellectuelen-opinieleiders-vrienden. Thuis, aan de Cornelis Schuytstraat, liefst aan tafel.
In 1994 richtte Bolkestein een serieuze denktank op rondom de Leidse universteit. Deelnemers: professor Uri Rosenthal en de docenten L.J. Roborgh en Philip Brood. Ook de officiële denktank van de VVD, de Teldersstichting, zal Bolkestein aan zich binden. In ruil daarvoor mogen medewerkers (onder wie directeur Klaas Groenveld, medewerker-publicist Gerry van der List en de 'huisfilosofen' Andreas Kinnegin en Paul Cliteur) het permanente klankbord van coryfee Bolkestein zijn.
Levensader van het opinie-instituut mr.drs. F. Bolkestein is het privéarchief van de persoon Bolkestein aan de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam. Daar liggen al zijn knipselmappen, sommigen al stammend uit zijn vroege Shell-tijd.
Over landen, schrijvers, politici en algemene discussies op terreinen als economie, positieve discriminatie en de multiculturele samenleving.
Er ligt een dossier-Chomsky. Er ligt een dossier-Jan Pronk, Bolkesteins aartsrivaal en sparringpartner in het Haagse politiek-intellectuele kringetje. En er is een dossier 'rare filosofen'. Daarin zitten uitsluitend knipsels over links-georiënteerde schrijvers.
De assistenten van Bolkestein mogen ruimhartig van zijn dossiers gebruik maken.
X. Minister van Defensie (1988-1989)
Het zakenleven is niet te vergelijken met de politiek (Frits Bolkestein, 1994)
1988 is een goed jaar voor Frits Bolkestein. Hij trouwt met zijn oude jeugdliefde Femke Boersma. De plechtigheid vindt plaats in Frankrijk. In alle beslotenheid. Een intimus krijgt een briefje uit Frankrijk met de tekst: 'Feliciteer me, ik ben gelukkig.'
Ook voor zijn loopbaan is het een best jaar.
In 1988 moet VVD'er Wim van Eekelen, de minister van Defensie, aftreden. In zijn vorige functie als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (1982-1986) heeft hij fouten gemaakt inzake de productie van een fraudebestendig paspoort.
De VVD moet op zoek naar een nieuwe bewindsman.
De keuze valt op Frits Bolkestein. Er is dan wel een klein probleem. Bolkestein komt in een kabinet waar zijn aartsrivaal Nijpels minister is. Op verzoek van De Korte en Voorhoeve vindt een gesprek onder vier ogen plaats.
Nijpels: 'Ik zei: "Frits, wat mij betreft hoeven we niet langer dan twee minuten te praten, jij hebt je rol gespeeld, ik de mijne. Ik heb er geen moeite mee, wat mij betreft ben je welkom.'"
Bolkestein kan in het kabinet. De man die ooit naar Oost-Afrika vertrok om (onder andere) zijn militaire dienst te ontlopen, wordt minister van Defensie.
Met zijn nieuwe werkkring heeft hij weinig affiniteit. Bolkestein onttrekt zich zoveel mogelijk aan de defensie- rituelen, en als hij dat echt niet kan, laat hij zijn desinteresse blijken. Er zijn diners waar Bolkestein geen woord wisselt met de generaalsvrouwen die naast hem zitten. Die kunnen hun ergernis nauwelijks voor zich houden.
'Stop een kwartje Bolkestein in een generaalsvrouw,' zegt een hoge defensieambtenaar. 'En je krijgt nog steeds voor een gulden muziek.'
Zijn directe collega, CDA'er Jan van Houwelingen, nu burgemeester van Haarlemmermeer, destijds staatssecretaris van Defensie, zegt: 'Er zijn veel recepties bij Defensie. Dat is een mogelijkheid om veel mensen te spreken. Als iemand in de tijd van Bolkestein vroeg waar de minister was, dan zei ik: "Kijk maar in de hoeken van de zaal." Hij onttrok zich aan gezelligheid.'
Over Bolkesteins sociale belangstelling zegt zijn vriend Erik van Bruggen: 'Hij is geïnteresseerd in mensen als fenomeen op aarde. In schrijvers is hij heel erg geïnteresseerd. In gewone mensen minder. Ik ben bang dat ik moet zeggen dat hij meer geïnteresseerd is in processen dan in individuele mensen.'
Jan van Houwelingen: 'Eén ding is duidelijk: op Defensie had men veel meer respect voor figuren als Van Eekelen of De Ruiter dan voor Bolkestein. Hij deed niet zichtbaar moeite om de rol van minister te spelen. Politicus was hij, een VVD-minister: dat vergat hij nooit. Hij zag Defensie een beetje als Shell: een groot bedrijf dat gemanaged moest worden. Maar Defensie is méér dan een groot bedrijf: de cultuur, de echtgenoten, de uniformen. Er hoort veel meer bij dan waar de aandacht van Bolkestein naar uitging. In dat opzicht was hij geen goede minister van Defensie.'
Met het gesprek tussen Nijpels en Bolkestein is de verdeeldheid in de VVD niet opgelost. VVD-bewindslieden in het kabinet en VVD'ers in de fractie blijven tegenover elkaar staan. Bolkestein is een vreemdeling in het kabinet.
'Politiek was hij niet gelukkig in het kabinet,' zegt David Luteijn, de op dat moment invloedrijke voorzitter van de Eerste-Kamerfractie.
Voor de bewindslieden van het tweede kabinet-Lubbers wordt het gauw duidelijk: Bolkestein is meer een uitkijkpost van de VVD-fractie dan minister van Defensie. Met kamerleden als Frank de Grave en Robin Linschoten houdt hij de contacten wél op peil.
Een in historische context ogenschijnlijk nietige kwestie, de benoeming van een nieuwe hoogste ambtenaar op Defensie, brengt dat goed aan het licht.
Jan van Houwelingen: 'Het was voor iedereen in de ministerraad heel verrassend dat Bolkestein een nieuwe kandidaat als secretaris-generaal op Defensie voorstelde. Het was gebruikelijk dat de hele top van Defensie, inclusief de staatssecretaris, daar van tevoren bij betrokken was. Dat deed Bolkestein niet. Ik was daar redelijk boos over, en met mij velen op het departement.'
Bolkestein blijkt reden te hebben om zijn favoriete kandidaat voor de topfunctie door te drukken. Hij wil zijn steun en toeverlaat uit de tijd dat hij staatssecretaris voor Buitenlandse Handel was, Michiel Patijn, benoemen. Het is nu of nooit, weet hij.
Jan van Houwelingen: 'Toen ik tegen hem zei dat ik redelijk boos was en om een verklaring vroeg, zei hij: "Ik vind het belangrijk om deze benoeming veilig te stellen. Als ik nog twee weken wacht, lukt het niet meer. Ik ruik brandlucht in het kabinet." En inderdaad, het kabinet viel binnen een paar weken. Bolkestein had het goed door.'
De andere leden van het kabinet zijn zich op dat moment nog van geen kwaad bewust. Ed Nijpels bijvoorbeeld, de minister van Vrom, zal 'de brandlucht' pas veel later opmerken.
Hij zegt: 'Op woensdagavond, drie dagen voor de kabinetscrisis, was ik bij de Nederlandse ambassadeur in Oost-Berlijn. Daar kreeg ik een telefoontje van Neelie Kroes. Ze vertelde dat er plotseling grote onrust was uitgebroken over het reiskostenforfait.'
Van Houwelingen: 'De concreetheid waarmee Bolkestein het weken tevoren over brandlucht had, verbaasde me. Ik denk dat hij er een betere neus voor had dan anderen, misschien ook meer kennis. Het was in ieder geval heel duidelijk dat Bolkestein als minister meer aan de kant van zijn fractie stond dan aan de kant van het kabinet. Zonder enig misverstand.'
XI. De kabinetscrisis over het reiskostenforfait
Een politiek leider moet het vertrouwen hebben van het hoofdbestuur. Voorhoeve had dat niet. Ik stond erbij en ik keek ernaar. (Frits Bolkestein, 1995)
Een groot deel van de VVD-fractie wil allang van het kabinet af en nog veel meer van haar eigen bewindslieden (minus Frits Bolkestein).
Het wachten is alleen op een geloofwaardige aanleiding.
Die doet zich voor in april 1989.
Lubbers, De Korte, Nijpels en Kroes hebben het plan opgevat om het reiskostenforfait af te schaffen. Dat is een fiscale vergoeding voor woon-werkverkeer, die vooral forensen ten goede komt. Afschaffing van het forfait zou mensen stimuleren de auto wat vaker thuis te laten staan. Het is een maatregel in het kader van Nijpels' Nationale milieubeleidsplan.
Een grote zaak is het niet. Maar VVD'ers als Frank de Grave en Erica Terpstra weten er een typisch VVD-punt van te maken. In de trant van: we zijn tegen extra belastingen, vóór de belangen van de werkende Nederlander (de forens), vóór het autobezit - dus zijn we tegen afschaffing van het reiskostenforfait. Dat is ook de mening van het partijbestuur dat een intensief contact met de fractie onderhoudt. Maar niet met de VVD-bewindslieden.
Een van de leiders van de opstand is Frank de Grave, financieel woordvoerder in de fractie en al ruime tijd vertrouweling van Frits Bolkestein. De ontevredenen krijgen strategisch belangrijke steun van David Luteijn en Leendert Ginjaar. De eerste is een fervent aanhanger van Bolkestein. De tweede, oud-minister en oud-partijvoorzitter, is een volgeling van Hans Wiegel die steeds meer in Bolkestein ziet. Ook zij vinden dat het kabinet moet verdwijnen en wel meteen.
In de laatste week van april komt de kwestie aan de orde. De VVD-fractie zet de VVD-bewindslieden onder druk.
Ed Nijpels: 'Ik kon niet eerder uit Oost-Berlijn weg dan donderdagavond 28 april. Toen ben ik met een privévliegtuigje teruggegaan naar Nederland. Om negen uur 's avonds kwam ik aan op het ministerie van Economische Zaken bij Rudolf de Korte. Daar hadden we VVD-bewindsliedenoverleg. Tot mijn verbijstering stond de halve Nederlandse journalistiek daar op de stoep. Via een achteringang ging ik binnen. Er heerste een volledige crisissfeer.'
De VVD-ministers proberen nog te lijmen wat er te lijmen valt.
De leider van de VVD in het kabinet, Rudolf de Korte, formuleert een compromis waar iedereen mee akkoord gaat. Inclusief de minister van Defensie, Frits Bolkestein.
De VVD-fractie heeft nu het laatste woord. Steunt ze het compromis of niet? Het is erop of eronder. Een 'nee' zal hoogstwaarschijnlijk tot een kabinetscrisis leiden.
De VVD-bewindslieden willen even rust. Ze vinden dat de kwestie 'over het weekend getild' moet worden.
De meeste fractieleden, niet in de laatste plaats Frank de Grave en Robin Linschoten, willen meteen een oordeel. Op zaterdag 30 april. Koninginnedag. Fractieleider Joris Voorhoeve staat voor een loyaliteitsconflict. Hij kiest uiteindelijk voor de fractie, 'zijn' fractie.
Op zaterdagochtend zijn de fractieleden al in Den Haag. Voorhoeve is dan nog aan het onderhandelen met de kabinetstop. Hij komt pas 's middags bij zijn fractie binnen. Op dat moment heerst daar een jolige, rellerige sfeer. Het kabinet móét vallen.
'Ik zat die zaterdagmiddag bij mijn zusje in het ziekenhuis,' zegt Ed Nijpels. 'Om een uur of halfzeven zet ik de televisie aan en dan hoor ik opeens de mededeling dat het helemaal verkeerd is. De VVD-fractie vond het compromis te ver gaan. Terwijl we in het kabinet allemaal de indruk hadden dat het compromis het vast en zeker zou redden.'
Drie dagen later, op dinsdag 2 mei, volgt het crisisdebat in de Kamer. Voorhoeve staat tegenover premier Lubbers. De VVD-leider laat zich voortdurend influisteren door Frank de Grave, de financieel woordvoerder. Televisiekijkend Nederland kan daar een paar dagen later letterlijk getuige van zijn. De Grave draagt gedurende het debat een microfoontje van de VPRO bij zich (De Grave nu: 'Ik heb daar onvoldoende over nagedacht, te weinig slaap, te veel sigaretten, er zijn honderd dingen die in je hoofd omgaan, ik heb dat ding in mijn zak gestopt en heb er verder niet op gelet').
Alle bewindslieden zijn aanwezig in de blauwe zaal, het ministersverblijf op het Binnenhof. Op Lubbers na. Die moet het compromis in de Kamer verdedigen. Het kabinet volgt het crisisdebat via de televisie. De VVD'ers in het kabinet zien de VVD'ers in de groene bankjes nu duidelijker dan ooit als hun vijand. Een solidariteit van 'wij-tegen-zij' ontstaat.
Groot is de verbazing bij de VVD'ers in het kabinet als ze op de televisie een paar overbekende grijze slapen ontwaren. Achter een gordijntje in de Kamer.
Neelie Kroes: 'Je zat in de blauwe zaal niet te kijken van: zijn we wel allemaal compleet. Maar opeens: hè. Je ziet iemand op de televisie die voor hetzelfde geld in ons gezelschap had kunnen zitten.'
Frank de Grave: 'Dat was Bolkestein, ja.'
Neelie Kroes: 'Op het moment dat je je als kabinet achter een compromis stelt, word je natuurlijk niet geacht je daar buiten de Treveszaal aan te ontrekken. Dat kan niet.'
Loek Hermans: 'Frits Bolkestein was een fractielid dat in het kabinet zat. Toen Frits het kabinet in ging, hebben we gezegd: dan hebben we in ieder geval iemand die in het kabinet de lijnen open kan houden.'
Jan van Houwelingen: 'Bolkestein koos heel nadrukkelijk voor het isolement, voor zijn fractie.'
Nog geen week tevoren heeft Frits Bolkestein ingestemd met het compromis over het reiskostenforfait. Nu blijkt zijn ware voorkeur.
Ed Nijpels: 'Nadien heeft Bolkestein een interview voor Avro's Radiojournaal gegeven waarin hij zei dat hij eigenlijk achter de fractie stond. Dat heeft mij de wenkbrauwen wel doen fronsen.'
De opstandige fractie krijgt dubbel haar zin. Het kabinet valt. En 'de bende van Nijpels' is uitgespeeld. Neelie Kroes verlaat de politiek en Ed Nijpels zelf wordt niet veel later burgemeester van Breda. Rudolf de Korte zal geen rol van betekenis meer spelen in de VVD. Minder bekende 'aanhangers' (Albert-Jan Evenhuis, Dick Dees) raken meer of minder in de vergetelheid.
De achterban van de VVD begrijpt de crisis niet. Zoals zo vaak moet de breker betalen. In de opiniepeilingen daalt de partij zelfs tot onder de twintig zetels. En in september 1989 volgen de verkiezingen al. Een coalitie tussen PvdA en CDA, een kabinet-Lubbers-Kok, ligt voor de hand. Erg vervelend voor Joris Voorhoeve die over veel kwaliteiten beschikt, maar niet over die van crisismanager.
Bij de verkiezingen haalt de VVD onder zijn leiding tweeëntwintig zetels. Het had slechter gekund, maar een dieptepunt is het.
De fractieleider komt onder schot. En er gaat veel langs hem heen. Zeker in de periode tussen de verkiezingen en het aantreden van het nieuwe kabinet-Lubbers-Kok. Maar het ontbreekt de VVD-kamerleden aan moed om Voorhoeve naar huis te sturen. Dan maar ondergronds en achter de hand. Er zijn er die zich over hun fractieleider beklagen bij het hoofdbestuur. Maar een herhaling van de politieke moord in 1986 blijft uit.
De dader van destijds, Frits Bolkestein, houdt zich voor zijn doen op de vlakte. Alleen ingewijden kennen zijn mening. Zoals David Luteijn, de invloedrijke voorzitter van de Eerste-Kamerfractie. Die zegt: 'Frits Bolkestein stond aan de kant van degenen die zeiden: we moeten investeren in een nieuwe ontwikkeling. Dat betekent dat er nieuwe gezichten moeten komen. Niet dat Frits zei: die moet weg en die moet weg. Hij bedoelde meer: er moeten andere gezichten in de leiding.'
Volgens vice-fractievoorzitter Loek Hermans is Bolkestein in die periode betrokken bij geheime bijeenkomsten waar zijn fractieleider niets van weet.
'Ik weet niet meer of Frits Bolkestein mij belde of dat hij mij in de wandelgangen aansprak. Hij zei: "Ik moet eens met je praten. Kom vanavond of aan het eind van de middag naar Defensie." Toen ik daar kwam, zaten Frank (de Grave) en Robin (Linschoten) er ook. Daar hebben we dus gesproken. Frits zei: "'Nou, er zijn wat gesprekken, ook contacten met PvdA-kamerleden, waarin we praten van : zouden we niet eens een poging doen voor paars." Ik was enigszins verbaasd over het feit dat deze bijeenkomst überhaupt plaatsvond. Er was natuurlijk wel het Des Indes-beraad (een informele, vertrouwelijke bijeenkomst in het deftige Haagse Des Indes-hotel waarin PvdA'ers, VVD'ers en D66'ers al decennia zoeken naar een toekomstige samenwerking - red.), maar ik had de indruk dat er meer en langer over deze kwestie gesproken was. Omdat die dingen plaatsvonden midden tijdens de formatie vond ik dat Joris hierover geïnformeerd had moeten worden. Maar hij was niet op de hoogte.'
De Grave ontkent dat hij bij het gesprek op Defensie aanwezig is geweest. En in een latere reactie meldt hij: 'Ik heb Robin en Frits gebeld, ook zij ontkennen het bestaan van die bijeenkomst. Er staat mij wel bij dat er verschillende gelegenheden waren waarin nagedacht werd over wat we in de situatie van 1990 moesten doen.'
Frans Leijnse, in die tijd vice-fractieleider van de PvdA: 'Tussen de verkiezingen en de beëdiging van het nieuwe kabinet werd ik aangeschoten door Hans Dijkstal. Die wilde met mij praten over paars. Hij vertelde dat een groep in de VVD er al mee bezig was.'
Joris Voorhoeve raakt helemaal uitgespeeld. Op 25 april 1990 nodigt het hoofdbestuur onder leiding van partijvoorzitter Ginjaar hem uit voor een gesprek op landgoed Wittenburg in Wassenaar.
Het presidium (bestaande uit voorzitter Leendert Ginjaar, vice-voorzitter Ivo Opstelten en penningmeester Peter Ressenaar) wil harde maatregelen. Ze krijgen slechte kritieken 'uit het land' over het optreden van Voorhoeve, ze vinden dat hij het debat over de reiskosten verprutst heeft, en voorzitter Ginjaar neemt hem hoogst kwalijk dat hij zich tijdens een rede in het Brabantse Haaren heeft uitgesproken voor het 'sociaal-liberalisme'. Nu de VVD-kamerleden het vuile werkje niet willen opknappen, moet het presidium het maar doen.
Boodschap: Voorhoeve moet de eer aan zichzelf houden.
De aangesprokene lucht die avond zijn hart. Vertelt dat hij iedere ochtend met tegenzin naar zijn werk gaat. Maar hij wil nog even bedenktijd en verlaat het landgoed.
Later op de avond, als het presidium in Wassenaar nog napraat bij een glas cognac, gaat de telefoon. Voorhoeve vertelt dat hij ermee wil ophouden en dat hij het nieuws zo snel mogelijk op een speciale bijeenkomst bekend wil maken. Daar moet ook de opvolger gekozen worden.
Ginjaar, Ressenaar en Opstelten weten dat er maar twee kandidaten zijn. Vice-fractieleider Loek Hermans en Frits Bolkestein. Van de eerste weten ze dat hij al ver is in zijn sollicitatie om burgemeester van Zwolle te worden. Dus gaat er een telefoontje naar de tweede: naar Frits Bolkestein.
Op 30 april 1990 (al weer koninginnedag!) krijgen VVD-kamerleden te horen dat er diezelfde dag nog een speciale vergadering op het programma staat. Plaats van samenkomst: Garderen. Agenda onbekend. Voor de meeste kamerleden tenminste.
Niet voor Frits Bolkestein.
'Hij reed met mij mee naar Garderen,' zegt Frank de Grave. 'Hij zei weinig, maar achteraf realiseerde ik me dat hij toen al wist wat het onderwerp zou worden: de opvolging van Joris. En dat hij toen al wist dat hij de nieuwe fractieleider zou worden. Dat kon ik opmaken uit zijn persconferentie aan het eind van de bijeenkomst. Die klonk alsof Frits hem tot in de puntjes had voorbereid.'
Er zijn VVD'ers die zich in Garderen hardop afvragen of Voorhoeve wel weg moet. Het wordt nog een flinke discussie. Maar Voorhoeve stelt zich niet strijdbaar op. Dus krijgt het hoofdbestuur zijn zin. Het oorspronkelijk geplande agendapunt komt ter sprake: de nieuwe fractieleider.
Twee VVD'ers stellen zich kandidaat: Loek Hermans en Frits Bolkestein. Er komt een peiling.
Frits Bolkestein wordt het.
Voor de zegetocht naar huis hoeft Frank de Grave niet te zorgen.
De Grave, glimlachend: 'Het vervoer terug had Bolkestein al van tevoren geregeld.'
XII. Het leiderschap en de strijd tegen Wiegel
Ik heb nooit een probleem gehad met Hans Wiegel (Frits Bolkestein, 1994)
Voortvarend: zo wil Bolkestein beginnen. Daarom start hij maar meteen, bij zijn eerste bijeenkomst met de partijbaronnen (het periodiek overleg kamercentrales) een Kulturkampf . De dixielandorkestjes moeten voortaan op VVD-bijeenkomsten geweerd worden. Typerend voor Bolkestein. Volgens vrienden heeft hij een haat-liefde verhouding met zijn partij. In de politieke filosofie voelt hij zich thuis. Maar van de partijcultuur moet hij niets hebben. 'In de PvdA zijn tenminste nog mensen die een boek lezen, in de VVD nauwelijks,' vertrouwt hij zijn vrienden toe. VVD'ers als Wiegel en Kroes die zich door de Telegraaf laten fêteren, verafschuwt hij. Peter van Walsum, zegt: 'Frits is altijd iemand geweest die zich niet thuis voelt in de groep waar hij zich bevindt.'
Zijn hoogste doel (aldus vrienden): de VVD van een Telegraaf-partij tot een NRC-partij ombouwen. Van populisme naar establishment.
Maar het blijft voorlopig bij de aanval op de dixielanders.
Een zinderend vervolg blijft uit.
De eerste maanden van Frits Bolkesteins leiderschap vallen de partij niet mee. Bij de algemene beschouwingen van het kabinet-Lubbers-Kok maakt hij een zwakke indruk. Hij is niet ad rem, maakt niet de indruk dat hij een gedreven oppositieleider is. Zijn presentatie op televisie is zo houterig, dat hij professioneel bijgeschoold moet worden. Autodidact als hij is, kijkt hij video's met zijn eigen interviews terug en laat zich adviseren - vakkundig - door zijn eigen vrouw, de ex-actrice.
Zwak leiderschap roept in de VVD een reactie op: Wiegel terug.
En dan kan het het orakel uit Friesland zich vaak niet stil houden. Hij geeft kwinkslagen, hij gaat schmieren. Liefst via zijn favoriete medium de Telegraaf . Nijpels heeft er last van gehad.
Voorhoeve ook.
En nu, in 1991, dreigt Bolkestein het volgende slachtoffer te worden.
Hij moet iets doen.
Uit de vele mogelijke strategieën kiest hij de voorwaartse verdediging - zeer aanbevolen door zijn protégé Frank de Grave.
Van de ene op de andere dag, volkomen plotseling, organiseert Bolkestein een persconferentie. Boodschap: Wiegel is te allen tijde welkom in de nationale politiek. Hij kan zó de Tweede Kamer in, en als hij wil mag hij de plaats van Bolkestein overnemen.
Voor VVD'ers en geïnteresseerde buitenstaanders is het een hersenkraker: is dit welgemeend? Of is dit - omdat Wiegel conform eigen belofte nog twee jaar moet in Friesland - een truc?
Hans Wiegel zelf: 'Als iemand tegen mij zegt dat hij hoopt dat ik terugkom, ga ik ervan uit dat hij het meent. Met allerlei tactische en strategische gronden houd ik mij nooit zo bezig.'
Frank de Grave, tegenwoordig wethouder financiën in Amsterdam: 'Ik vond het een hele verstandige uitspraak van Bolkestein. Omdat het het onderwerp neutraliseerde. Zowel Voorhoeve als Nijpels hebben hun aandacht moeten geven aan het voortdurend bestrijden van dat beeld van de grote ijsmeester in Friesland, die op de achtergrond aan de touwtjes trekt en die elk moment terug kan komen. Als Bolkestein zegt: hartelijk welkom, dan is het onderwerp even niet interessant. Dan rennen die journalisten vervolgens naar Friesland en vragen: meneer Wiegel komt u terug? En ja, dan komt Wiegel er even niet uit, want het is voor hem nog te vroeg. Dan komen er ontkenningen en omtrekkende bewegingen.
Ik denk dat het verstandig was de bal naar Wiegel te verschuiven. Tegelijkertijd gaf het Frits Bolkestein gelegenheid om zijn eigen positie te verstevigen.'
Wiegel moet inderdaad een omtrekkende beweging maken. Zijn antwoord: kom over twee jaar nog maar eens terug. Dan mag hij uit Friesland vertrekken.
In de tussentijd is het geheime paarse beraad - ooit aan VVD-kant bestaande uit Bolkestein, de Grave en Linschoten - uitgegroeid tot een grotere club.
Sinds 1990 stuurt de PvdA ook een afvaardiging: de kamerleden Wim van Gelder, Frans Leijnse, Willem Vermeend en Ad Melkert.
Van de VVD doen mee: Hans Dijkstal, Frank de Grave, Annemarie Jorritsma en Robin Linschoten.
Plaats van samenkomst: huize Dijkstal aan de Poortlaan in Wassenaar.
Frequentie van de bijeenkomsten: ongeveer vier keer per jaar.
Frits Bolkestein is er niet bij. Hij is bang voor de politieke gevolgen als het ooit zou uitlekken. In Friesland zit iemand die op zijn fouten loert.
Hij is wel op de hoogte en geeft er zijn goedkeuring aan.
PvdA'er Thijs Wöltgens, fractieleider van een partij in de regering, wil er ook niet bij zijn. Maar ook hij verzet zich niet tegen de samenkomsten.
D66 doet niet mee.
'Wolffensperger zei: "Als jullie me nodig hebben, weten jullie mijn telefoonnummer,"' zegt Frans Leijnse. '"Jullie kennen mijn standpunt over paars. Ik hoef er niet bij te zijn."'
En met stemverheffing laat de PvdA'er erop volgen: 'Daarom is het verhaal dat D66 de motor van paars is geweest een regelrechte fabel. En dat heb ik nog nooit ergens gelezen.'
Leden van het Des Indes-beraad, die ook in alle vertrouwelijkheid aan de links-liberale samenwerking smeden, weten van niets. Op de enkeling na die in beide beraden zit, zoals Hans Dijkstal.
Dick Dees, sinds 1990 in het Des Indes-beraad, komt er bij toeval achter:
'Op bepaald moment kwam Robin Linschoten naar mij toe. Hij vertelde: "Jij zit dan wel in het Des Indes-beraad, maar weet wel dat de zaak al veel verder is dan jij kan vermoeden."'
Dees is verontwaardigd. Heeft hij al die jaren voor niets in het Des Indes-beraad gezeten? Waarom heeft hij er in het Des Indes-beraad dan nooit met één woord van gerept? Was het Des Indes-beraad voor Hans Dijkstal soms niet vertrouwelijk genoeg?
Twee jaar later, in 1993, komt het onderwerp Wiegel terug. De VVD-achterban roert zich weer. Drie partijbaronnen uit het noorden en oosten van het land (voorzitters van kamercentrales) spreken zich uit voor de terugkeer van Wiegel als leider. Gesteund door een aantal prominenten uit de partij, onder wie Ed Nijpels. Die heeft de akkefietjes (onder andere de opvolging van Rietkerk) met zijn orakel van weleer inmiddels bijgelegd.
De vijand van mijn vijand is mijn vriend, klinkt het smalend in de contreien rond Bolkestein.
Maar ongerust zijn ze wel.
Want hoelang zal de tot nu toe gevolgde strategie (hardop zeggen dat Wiegel meer dan welkom is, achter de rug om niets nalaten om hem te elimineren) nog succes hebben?
Gelukkig voor Bolkestein is er op zo'n moment altijd nog David Luteijn, de charismatische Eerste- Kamervoorzitter tegen wie veel VVD'ers opkijken. Zonder zijn steun was de kabinetscrisis in 1989 er misschien nooit gekomen, en ook de daarop volgende grote opruiming in de VVD-top niet. Nu ligt er weer een aardige opgave.
'Bolkestein was niet blij met het initiatief van de kamercentralevoorzitters,' zegt Luteijn. 'En ik was dat ook niet. Ik denk dat Frits Bolkestein op dat moment in een stadium gekomen was waarin hij het gevoel had: ik zit lekker in mijn vel, ik kan de job goed voortzetten. Hij had geen behoefte om met een ander in de partij een open concurrentie aan te gaan.'
Luteijn wil Bolkestein helpen. Over de kwestie Wiegel voert het tweetal druk overleg. Tijdens een vergadering van het POK (periodiek overleg kamercentrales) de bijeenkomst van het hoofdbestuur en de achttien kamercentralevoorzitters, neemt Luteijn het voor Bolkestein op. Argument: Wiegel zegt nooit duidelijk dat hij wil terugkomen, hij houdt het in het vage. Waarom een goede lijsttrekker (Bolkestein) opofferen voor iemand die uiteindelijk misschien helemaal geen lijsttrekker wil worden (Wiegel)?
Met zijn autoriteit weet Luteijn de kamercentralevoorzitters voor zich te winnen, ook de drie die zo enthousiast campagne voor Wiegel hebben gevoerd.
Dág Wiegel.
'Het werd mij medegedeeld door mevrouw Van Leeuwen (de partijvoorzitter),' zegt Hans Wiegel. 'Via de telefoon. Of mevrouw Van Leeuwen zelf het initiatief heeft genomen, moet u aan haar vragen Ik denk dat het beter was geweest als we dat van tevoren open hadden besproken. Na haar telefoontje voelde ik me belabberd. Ik heb er ook best een hele tijd mee rondgelopen. Vooral over de manier waarop. Voor mij is en blijft een kernpunt: men had het open en eerlijk en recht door zee moeten bepraten. Dan was er geen enkel probleem geweest.'
Bolkestein gaat het nog uitpraten met Wiegel, in het Haagse restaurant Le bistroquet. Wiegel hoopt dat Bolkestein hem uitlegt waarom hij niet terug mag komen en waarom het zo moest gaan. Maar tot een echt gesprek komt het niet. De fractieleider die zichzelf zo graag prijst om zijn heldere uitspraken (lievelingsuitdrukking: klare wijn, graag), hult zich opeens in nevelen. De kernvraag blijft onbesproken.
Hans Wiegel: 'Ik denk dat ik gewoon had gezegd: goh, ik wil zelf graag lijsttrekker worden. En dat kwam niet zo aan de orde in het gesprek. Ik was er niet zo happy mee. Dat kwam vooral door de voorgeschiedenis. Als ik terugkijk was het zakelijk gezien een van de moeilijkste punten uit mijn leven.'
XIII. De verkiezingen van 1994
Ik heb het fractieleiderschap niet gezocht, wel aanvaard (Frits Bolkestein 1990)
Wiegel is verslagen, maar nog niet uitgeschakeld.
Hij blijft zich roeren in de actuele politiek. Zijn uitspraken komen fractieleider Bolkestein niet gelegen. Zeker met het oog op de verkiezingen van mei 1994. Er moet weer iets gebeuren. Liefst goedschiks.
Begin 1994 krijgt Wiegel een uitnodiging voor een diner. Niet van Bolkestein. Maar van Frank de Grave, op dat moment plaatsvervangend burgemeester van Amsterdam. Ed van Thijn is net minister van Binnenlandse Zaken geworden.
Plaats van samenkomst: de ambtswoning van de burgemeester aan de Herengracht.
Vlak voor Wiegel naar de hoofdstad vertrekt, meldt de Grave dat er nog een gast aan tafel zal zitten: Robin Linschoten, zijn grote (politieke) vriend.
Wiegel zoekt in alle haast ook een secondant. Hij vraagt Ed Nijpels, hij benadert Jan Franssen (oud-kamerlid, tegenwoordig burgemeester van Zwolle). Maar hun agenda's laten dat - helaas voor Wiegel - niet toe. Dus gaat hij alleen naar Amsterdam.
'We hebben lekker gegeten,' zegt Wiegel. 'En we hebben gesproken over de stad Amsterdam en over mijn toekomstige activiteiten in de VVD. Ik was een beetje verbaasd over het feit dat Robin Linschoten erbij was, maar ik vond het niet zo erg. Ik vond het best aardig om de twee heren weer eens te zien.'
De Grave: 'We vroegen of Wiegel wellicht geïnteresseerd zou zijn in de positie van fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Er zijn verschillende mensen geweest die zeiden dat het toch heel goed zou zijn als daar met de heer Wiegel over te spreken zou zijn. Dat zou de inzet van de VVD bij de verkiezingen versterken. Dat was de aanleiding voor dat gesprek.'
Wiegel: 'Er werd mij gezegd dat de heren het zouden toejuichen als ik lid van de Eerste Kamer zou worden. Maar er werd wel een beetje bij gezegd dat ik me dan niet zo met de politiek moest bemoeien. Alsof de twee heren daarover gingen. Ze gingen daar natuurlijk helemaal niet over.'
De Grave: 'Het is altijd zo dat er mensen nodig zijn die als een soort veredelde boodschappenjongens het verhaal neerleggen. De rol van Linschoten en mij was die van veredelde boodschappenjongen.'
Maar boodschappenjongen van wie?
Niet van het orgaan dat een zaak als deze statutair had mógen regelen: het hoofdbestuur van de VVD. Dat weet van niets, en reageert verbolgen op deze inmenging. Plaatsen op (Eerste- en Tweede-)Kamerlijsten toewijzen is een zaak van de partij, niet van individuele kamerleden of wethouders.
Cruciale vraag: zit Frits Bolkestein er soms zelf achter?
Frank de Grave: 'Het is hoogstens via via afgechecked met Frits Bolkestein: of hij geïnteresseerd zou zijn in de mogelijkheid om te kijken of we dit onderwerp op deze wijze in het belang van de partij kunnen oplossen. Ik heb reden om aan te nemen dat via diezelfde ingewikkelde lijn er een signaal is teruggekomen van: nou, het zou op zich heel goed zijn als de heer Wiegel op een wijze voor de partij wordt ingezet, die hem de gelegenheid geeft zijn talenten daarvoor in te zetten en tegelijkertijd de VVD verlost van het probleem: wie is nu de baas?'
Wiegel weigert het aanbod. Geeft de heren aan het eind van het gesprek een hand en vertrekt.
'Toen wij het pand verlieten,' zegt Wiegel, 'kwam ik in de gang de chauffeur van de loco-burgemeester tegen. Die zei: "Meneer Wiegel, u hier! Fantastisch als u terug zou komen naar Den Haag." Dus kon ik tegen de loco-burgemeester zeggen: "Zo Frank, nu hoor je het eens van een ander."'
Dat was een mooi slot van het diner. Frank de Grave reageerde opgewekt en snelde het automobiel in.
De Grave: 'Het is allemaal zo menselijk. Iemand die die rol heeft gespeeld, is natuurlijk teleurgesteld als iemand anders nummer één wordt. Iedereen die weleens gepasseerd is bij een promotie weet dat. Dan heb je tijd nodig om dat voor jezelf te accepteren. Dan heb je vervolgens ook tijd nodig voor jezelf en om je af te vragen: wat ga ik nou doen? Ik kan me heel goed voorstellen dat Wiegel op dat moment gedacht heeft: eerst even kijken of het bij verkiezingen wat wordt. Want voor hetzelfde geld maakt die Bolkestein er bij de verkiezingen wel een zooi van. Dan word ik alsnog gevraagd.'
Na het aanbod van De Grave en Linschoten komt er nog een verzoek. Nu van een ander duo: van partijvoorzitter Hoekzema en (alweer!) de fractieleider in de Eerste Kamer, David Luteijn.
Zij hebben een ingenieus scenario bedacht. De VVD maakt binnenkort aanspraak op één post uit het volgende rijtje: voorzitter Eerste Kamer, voorzitter Tweede Kamer, vice-voorzitter van de Raad van State. Volgend jaar stapt Willem Scholten op, vice-voorzitter van de Raad van State oftewel onderkoning van Nederland. De VVD heeft geen eminente jurist die deze vacature kan vervullen. De PvdA wél. Alleen: die kandidaat, Herman Tjeenk Willink, is op dit moment voorzitter van de Eerste Kamer. VVD-idee: als Tjeenk Willink nu eens doorschuift naar de Raad van State, dan komt er in de Eerste Kamer een mooi baantje voor Wiegel vrij.
Opnieuw bedankt Wiegel.
'Die ambitie heb ik niet,' zegt hij. 'Een van de oudste senatoren in dienstjaren, professor Steenkamp, is jarenlang voorzitter van de Eerste Kamer geweest. Die zei tegen mij: "Dat moet je niet doen. Dan zit je de hele dag in de Eerste Kamer en je kunt helemaal niets." Ik heb goed naar professor Steenkamp geluisterd.'
Wiegel laat zich wel op de lijst van de Eerste Kamer zetten. Op de derde plaats. Daarmee behoudt hij zich alle vrijheden voor.
Van zijn plaaggeest is Bolkestein voorlopig nog niet af.
XIV. De machtigste politicus van Nederland (1994 - )
Verheugt u zich niet op mijn aftreden als politicus, dat ben ik nog lang niet van plan (Frits Bolkestein, 1995)
De verkiezingscampagne van Frits Bolkestein is een succesvolle.
Stond de VVD anderhalf jaar geleden nog op een zeteltal vér onder de twintig, het laagste dat een politiek leider van de VVD ooit had gehaald, nu schieten de cijfers omhoog. Ondanks Bolkesteins gebrek aan volkse kennis. Tijdens zijn campagne weet hij niet wie Johan Olav Koss is.
En voor een optreden in een Aalsmeerse televisiestudio loopt hij Linda de Mol tegemoet met de vraag: 'Mevrouw, bent u degene die mij komt schminken?'
Zijn nauwelijks geheime wapen: het ter sprake brengen van de multiculturele samenleving.
De campage begint in 1991 met een rede voor de Liberale Internationale in Luzern. Buiten Nederland dus. Daarin verwerpt hij de ideeën van een politieke unie in Europa en noemt hij islamitische samenlevingen inferieur aan de westerse.
Tot en met de verkiezingsavond blijft Bolkestein zijn onderwerp met vaste regelmaat aanroeren. Terwijl zijn campagneteam hem smeekt om de frequentie waarmee hij over zijn favoriete onderwerp spreekt, te verlagen.
Het lijsttrekkersdebat op RTL5 is de climax. Bolkestein ontzegt daarin kinderen van illegale ouders het recht om naar school te gaan.
De campagne levert hem negen zetels winst. De VVD gaat van tweeëntwintig naar eenendertig zetels.
Een zege die de liberalen terugbrengt in het centrum van de macht en die de kritiek op Bolkesteins campagne doet verstommen.
Intern, omdat beroepspolitici in de VVD hun baan voor lange tijd gegarandeerd zien.
Extern, omdat maar weinigen winnaars durven aan te pakken. Er zijn zelfs Nederlandse intellectuelen, publicisten en journalisten die Bolkestein op een voetstuk plaatsen. Denkers uit PvdA en CDA geven openlijk toe dat ze jaloers zijn op de initiërende kracht van de VVD-leider.
Niet langer is hij surfer op de xenofobe golf.
Frits Bolkestein is de man die in Nederland het debat bepaalt.
Tot het selecte gezelschap dat Bolkenstein tegenwoordig nog van repliek dient, horen in ieder geval zijn vrienden.
Thijs Ornstein: 'Over het algemeen ben ik het eens met de liberale visie van Frits, op één punt na. Dat is het beleid ten opzichte van immigranten Het is onmogelijk om de deur op slot te doen voor allochtonen uit Afrika en vluchtelingen uit Joegoslavië. Liberale partijen moeten zich veel meer inzetten voor een goede integratie van immigranten. Ik geloof dat Frits van foute vooronderstellingen uitgaat. Niet dat ik teleurgesteld in hem ben, ik ben het met hem oneens. En ik ben even blij als Fritsje zelf dat hij het niet alleen voor het zeggen heeft in Nederland.'
Na de verkiezingen komt de VVD-fractie bij elkaar. De partij zal vrijwel zeker aan de beurt komen bij de kabinetsformatie. Maar wat moet het worden?
Een coalitie met het CDA van de nieuwe leider Elco Brinkman?
Die zou geen kamermeerderheid hebben.
Een combinatie van VVD, CDA en D66?
Dat wil D66-leider Van Mierlo niet.
Blijft over: de samenwerking met PvdA en D66 in een paars kabinet.
Dat moet het maar worden.
De rechtervleugel in de partij gaat tandenknarsend akkoord.
Voor de linkervleugel, de deelnemers aan de geheime bijeenkomsten van Wassenaar in het bijzonder, is het een historisch moment.
Dijkstal vertelt ook voor het eerst over de geheime bijeenkomsten die met goedkeuring van Bolkestein bij hem thuis gehouden zijn.
Twee fractieleden ontsteken in woede.
Jan Franssen, die zich afvraagt waar het hele Des Indes-beraad toe heeft gediend, als de werkelijke besluiten elders genomen worden.
En Erika Terpstra, die het achterbaks vindt.
Dijkstal doet alsof de bijeenkomsten in Wassenaar niet veel voorstelden.
Bolkestein reageert stoïcijns.
Terpstra wordt geapaiseerd. De bejaardenkorting, haar doorn in het oog, wordt uit het regeerakkoord geschrapt. En ze wordt staatssecretaris voor sport in het nieuwe kabinet.
Jan Franssen stapt op. Hij wordt burgemeester van Zwolle.
De formatie verloopt grillig.
Kok, Van Mierlo en Bolkestein starten onderhandelingen over het paarse kabinet. Ze worden bijgestaan door een groepje, waarin Robin Linschoten, Hans Dijkstal, Ad Melkert, Jacques Wallage, Dick Tommel en Gerrit Ybema zitten.
De eerste poging strandt. Bolkestein vindt de afspraken met D66 en PvdA 'gefröbel'.
'Toneel' zeggen mensen in zijn omgeving. Bolkestein wil niets liever dan paars. Hij moet alleen indruk maken op de morrende rechtervleugel in zijn partij.
Jeugdvriend Thijs Ornstein: 'Tijdens de formatie van het paarse kabinet hebben wij Frits en zijn vrouw, en nog een ander goed vriendje met echtgenote uitgenodigd voor een etentje bij ons in de tuin. Wij vonden dat Frits zich een beetje moest ontspannen. De zaak stond op springen. Hij had net gezegd dat het niet door zou gaan. Toen hebben we gezegd: "Fritsje, dit is de laatste kans voor een paars kabinet, laat het alsjeblieft niet vallen. Het is een oud ideaal van je. Jij staat erachter en je mag het niet op details laten vallen. Zelf moet je natuurlijk minister van Economische Zaken of Financiën worden." Toen stond Frits op. Achter hem rees de Utrechtse dom, honderdtien meter hoog, en hij zei: "Nee, minister wil ik niet worden. Ik ben niet zo vergroeid met het pluche. Ik wil zeker mijn partij blijven leiden. Want in het paarse kabinet zullen hoge eisen gesteld worden aan de positie van politieke partijen. Die moeten goed en strak geleid worden. Anders is het slecht voor het land."'
Frits Bolkestein handelt in de geest van zijn vrienden. Ondanks een crisis in de formatie, komt het paarse kabinet er.
Een aantal Bolkestein-getrouwen uit de periode 1986-1989 treedt toe tot het kabinet: Jorritsma, Dijkstal en Linschoten.
Joris Voorhoeve wordt - als vorm van Wiedergutmachung - minister van Defensie.
Van PvdA-zijde worden Melkert en Vermeend uitverkoren voor respectievelijk een ministerschap en een staatssecretariaat.
Bolkestein blijft in de Kamer.
En daar houdt hij zich voor zijn doen rustig. Weinig geruchtmakende speeches, geen spraakmakende interventies in de politiek.
De staatssecretarissen Schmitz en Patijn falen bij de introductie van de Schengen-pas: ze worden ruimhartig gespaard.
Minister Voorhoeve ziet onder zijn verantwoordelijkheid Nederlandse militairen actief meewerken aan etnische zuiveringen in Bosnië: hij mag blijven zitten, dit keer geen Carrington-doctrines (door Bolkestein in een vorig leven omarmd. Genoemd naar de minister van Buitenlandse Zaken onder Thatcher, Lord Carrington die aftrad naar aanleiding van het conflict om de Falklands, zonder dat hem persoonlijk iets te verwijten viel).
De hele IRT-affaire en de opschudding rond Winnie Sorgdrager, de minister van Justitie: Bolkestein laat het quasi ongeïnteresseerd aan zich voorbijgaan.
Rust moet er heersen.
Extern lukt dat ook wel, intern niet.
Terwijl het succes van Bolkestein zo ondubbelzinnig is: bijna iedere opiniepeiler voorspelt dat de VVD de grootste partij zal worden.
Maar ook succes kan tot verdeeldheid leiden. Vooral over de vraag: wie moet er premier worden als de VVD echt de nummer één wordt?
Zijn trouwe aanhangers zeggen meteen en zonder met hun ogen te knipperen: Frits Bolkestein. Erg welgemeend klinkt het niet. De grote leider is niet de jongste meer (62). Naar verwachting zal hij in een volgende kabinetsperiode zijn opvolg(st)er aanwijzen. Inzetten op Bolkestein lijkt lucratief.
Voorzichtig is de reactie van degenen die niet echt tot een kamp behoren (Loek Hermans: 'Ik denk dat Frits Bolkestein de afgelopen jaren heeft aangetoond dat de Kamer een hele goede positie is voor de politieke leider van de VVD').
Veelzeggend die van zijn oude rivaal (Ed Nijpels: 'Ik denk dat we op zijn minst vijf mensen hebben die die rol heel goed zouden kunnen vervullen').
Het antwoord van Hans Wiegel klinkt als een uitnodiging voor het ultieme duel: 'Ik ben weleens in het torentje geweest. Ik ben de laatste minister van Binnenlandse Zaken geweest die in het torentje gezeten heeft. Het is anders dan moderne kantoorgebouwen. Het heerlijke van het torentje is dat je er gewoon je raam kan openzetten. Dan hoor je de vogeltjes fluiten. Om te wonen is het een beetje klein, maar het is een prachtig torentje. Verder zeg ik er niks over. Waarom zou ik? Die vraag is nu niet aan de orde. De vraag is pas aan de orde als diegenen die daar over gaan met zo'n vraag komen. Ik sluit niets uit. Waarom zou ik het uitsluiten?'
Zelf laat Bolkestein zich niet uit over het premierschap. Zijn vrienden des te meer.
Peter van Walsum: 'Hij had deze kabinetsperiode geen zin om minister te worden. Maar het premierschap zal hij niet laten liggen. Daar geloof ik niks van.'
Thijs Ornstein: 'Het is niet duidelijk of hij nu echt het Catshuis ambieert. Hij zei wel: niet om in te wonen. Dus weten wij het niet. Maar als goede vriendjes zullen we toch wel proberen daar op aan te sturen.' |